maandag 7 november 2005

Eens voor Rik, altijd voor Rik

Op zaterdag 5 november had in de Bloso-wielerschool in Herentals de voorstelling plaats van het boek “Rik Van Looy – Monument van een keizer” van Roger De Maertelaere (uitgeverij De Eecloonaar).

Het is een schitterend boek met het verhaal van Riks glanzende carrière geïllustreerd door schitterende foto’s uit het wielerleven van de jaren vijftig en zestig. Sportboeken zijn sinds lang mijn hobby. Op dit wielerboek heb ik zoals vele Van Looy fans jaren zitten wachten.

Eddy Merckx was de grootste renner aller tijden, Rik Van Steenbergen de meest stijlvolle, Roger De Vlaeminck de meest atletische maar Rik Van Looy zonder twijfel de meest populaire.

Meer nog dan later voor Merckx liepen de Vlamingen in hun tijd storm voor de Keizer van Herentals. Merckx was onoverwinnelijk, een coureur buiten categorie. Van Looy was kwetsbaarder, had vaak tegenslag (zijn valpartijen in de Tour de France van 1962 en 1964) en verloor vaak wedstrijden door zijn overdadige strijdlust. Nooit was hij populairder dan toen hij in 1963 de wereldtitel moest laten aan Benoni Beheyt. Vlaanderen was die dagen in ware rouwstemming en Beheyt werd zelfs als Vlaamse wereldkampioen weggefloten op de Vlaamse criteriums. Ook mijn broer Herman en ik konden ons niet neerleggen bij het “onrechtvaardige” verlies van de Keizer. Alleen Rik had recht op die regenboogtrui.

Voor mijn generatie is Rik Van Looy een deel van onze jeugd. Alleen zijn naam roept bij mij dankbare herinneringen op.

Zo vergeet ik nooit die 18 augustus 1957. Het wereldkampioenschap werd dat jaar verreden in Waregem en voor het eerst rechtstreeks uitgezonden door de Vlaamse televisie. Mijn grootvader Achiel (Jules) Van Rompuy had een populair café-duivenlokaal met als primeur voor het dorp een televisietoestel naast de toog. Heel de buurt was die middag afgezakt om Rik te zien wereldkampioen worden. Als kinderen zaten we op de grond (met cola en chocolade) vooraan vlak bij de TV. Het café was verdeeld tussen Rik Van Steenbergen en Rik Van Looy (alle Van Rompuy’s waren voor Van Looy). Rik Van Looy was in de voorlaatste ronde ontsnapt met een andere Belg Marcel Janssens. Het café daverde op zijn grondvesten maar Fred De Bruyne bracht op vraag van de (lepe) Rik Van Steenbergen de groep terug. In de laatste ronde gingen de zes beste wielrenners van die jaren aan de haal: Van Steenbergen, Van Looy, De Bruyne, Bobet, Anquetil en Darrigade. Tijdens de koninginnespurt hoor ik gans het café nog roepen Rik, Rik, maar we wisten niet voor welke Rik! Uiteindelijk werd Rik Van Steenbergen wereldkampioen en Rik Van Looy vierde. Het bier ( de Aarschotse Bruine) vloeide rijkelijk. Ontgoocheling was er niet bij de supporters want een Belg was wereldkampioen en de beste jaren van Van Looy (toen nog geen 23) moesten nog komen.

Later (in 1960) werd Van Looy op magistrale wijze wereldkampioen op de Saksenring in Leipzig. Nooit vergeet ik zijn intrede de dag nadien op het wielercriterium in Londerzeel op 15 augustus 1960. Mijn vader was er met zijn kroost naartoe getrokken als naar een groot feest. Het vliegtuig vanuit Leipzig met de Belgische ploeg had evenwel vertraging opgelopen en daarom werd de start van het criterium met enkele uren uitgesteld. Niemand van het publiek protesteerde. Het verhoogde enkel de spanning en de ambiance. Zelf zie ik Rik Van Steenbergen en Fred De Bruyne geduldig en onder luid applaus nog talrijke opwarmingsrondes rijden in afwachting van Rik Van Looy. Het gejuich, toen de nieuwe wereldkampioen eindelijk op het circuit kwam, was onvergetelijk. De majestueuze verschijning van Rik Van Looy in de regenboogtrui blijft in mijn geheugen gegrift. Niemand was er ooit mooier mee.

Later heb ik Rik nog op talrijke koersen gezien en steeds ging er een speciale rilling door het publiek bij zijn verschijning. De naam Rik weergalmde bijna 20 jaar langs Vlaamse wegen. Het is nu 35 jaar dat Rik is gestopt met wielrennen maar de mythe blijft intact.

Tom Boonen heeft alles om zijn opvolger te worden. Dezelfde lichaamsbouw (de “dikke billen”), het vechterstemperament, onweerstaanbare machtspurter. Hij wordt ongetwijfeld de nieuwe koning van de klassiekers.

Volgens Lomme Driessens moeten echte kampioenen ook thuis goed “gesoigneerd” worden. Nini Van Looy stond hier model. De blonde Nini was de stijlvolle, nuchtere en moderne rennersvrouw die Rik met beide voeten op de grond hield. Foto’s van haar zijn schaars, ze gaf geen interviews, stond niet in de schijnwerpers of de boekjes maar schonk Rik de familiale rust zoals later Claudine deed met Eddy Merckx. Van Nini is het mooie gezegde: je kunt niet op twee fronten koersen (ook van toepassing in de politiek…).

Rik en Nini zijn nu boven de zeventig. Ik hoop dat Tom Boonen en Lore binnen 50 jaar er ook zo stralend zullen uitzien.  Rik is al die jaren in gewicht geen gram bijgekomen. Zijn regenboogtrui van 1960 zou hem nog steeds passen als gegoten.

Zaterdag was een onvergetelijke dag voor de fans van Rik Van Looy. De Keizer was terug met Nini aan zijn zijde.

“Rik forever”

Eens voor Rik, altijd voor Rik.

woensdag 14 september 2005

Exit Karel

Ik lees vanochtend in de pers dat Karel Pinxten een topfunctie aangeboden krijgt bij de Europese Rekenkamer en de actieve politiek verlaat. Exit Karel.

Ik heb steeds een speciale relatie gehad met Karel Pinxten. Ik ontmoette hem voor het eerst naar aanleiding van de Europese verkiezingen in 1979. Hij was toen voorzitter van de CVP-Jongeren van Overpelt en had een schitterende meeting georganiseerd met Leo Tindemans en mezelf als gastspreker. Mijn vader (professor in economie aan de KULeuven) had mij Karel reeds getipt als een uitstekende econoom en had hem aangeworven als assistent aan het Centrum voor Economische Studiën te Leuven (gesticht door Gaston Eyskens en zijn heeroom E.H. Prof K. Pinxten, de geestelijke leidsman van mijn vader, Gaston Geens en Karel Tavernier – de eerste medewerkers van het CES).

Ik ging in de zomer van 1981 Karel Pinxten dan ook opzoeken om lid te worden van mijn nationaal bureau van de CVP-Jongeren. Hij aanvaardde en ik had me niet vergist. Samen met Johan Van Hecke (toen ook lid van dat bureau) wist ik dat ik goede opvolgers zou hebben. En dat zij een belangrijke rol zouden spelen in de toekomst van de CVP.

Karel maakte het ook waar in de gemeentepolitiek waar hij in 1983 als lijstduwer onmiddellijk burgemeester werd. Bij de parlementsverkiezingen van 1985 haalde hij enorm veel voorkeurstemmen als eerste opvolger en mijn broer speelde hem dan ook uit bij de Europese verkiezingen van 1989 waar hij met glans werd verkozen als Europees parlementslid. In 1991 deed hij als lijsttrekker van Limburg zijn intrede in de Kamer. Door zijn kordate stijl en grenzeloze ambitie was hij niet geliefd bij het toenmalig Limburgs establishment hetgeen hem heel wat aanvaringen opleverde.

Groot was zijn ontgoocheling toen mijn broer Herman in 1992 Leo Delcroix koos als minister van Defensie. Hij zag in de populaire Leo een bedreiging van zijn carrière als toekomstig Limburgs minister en was er dan ook niet rouwig om toen Delcroix eind 1994 ontslag moest nemen als minister. Zijn CVP-Jongerenvriend en generatiegenoot Johan Van Hecke, toen de nieuwe voorzitter van de CVP, benoemde hem zonder aarzelen (tegen het advies van Jean-Luc Dehaene in) als minister van Defensie. Het werd een blitzcarrière gevolgd door een nieuw ministerschap van Landbouw en KMO in de regering Dehaene II. Hij reed een vlekkeloos parcours dat abrupt een einde kende met de dioxinecrisis. Pinxten heeft zijn gedwongen ontslag steeds kwalijk genomen aan Jean-Luc Dehaene (aan wie hij bijzonder allergisch was en het was wederzijds).

Pinxten was dan ook bijzonder ongelukkig toen de CVP in 1999 in de oppositie terechtkwam en hij uit de machtsstructuren wegviel. Wanneer in de aanloop van het stichtingscongres van CD&V in de zomer van 2001 Stefaan De Clerck Jo Vandeurzen koos als nationaal partijsecretaris, beschouwde Pinxten dit als een afkeuring van zijn status als Limburgs boegbeeld en potentieel Limburgs minister. En toen Johan Van Hecke zijn NCD oprichtte en overstapte naar de VLD ging Pinxten mee omdat hij voor zichzelf in CD&V geen toekomst meer zag. Hij is het prototype van de opportunistische politicus waarbij partijtrouw en ideologie uiteindelijk ondergeschikt zijn aan persoonlijke ambitie. Ik schreef hem in november 2001 een brief waarbij ik hem zei dat hij het laatste verloor wat een politicus moet drijven : zijn eergevoel (to be a man of honour)

Ik had persoonlijk steeds een goede relatie met Karel Pinxten. Vroeger bij de CVP-Jongeren, later als fractieleider en minister. We waren ook generatiegenoten.

Ook behoorden we in 1993 bij de Falstaff-groep (genoemd naar een restaurant bij de beurs waar we op de middag samenkwamen) die ijverde voor de vernieuwing van de CVP. Samen met Johan Van Hecke, John Taylor, Stefaan De Clerck en Marc Van Peel wilden we de CVP een nieuw elan geven in de periode van de stichting van VLD van Verhofstadt en Dewael. Uit deze groep zijn 3 ministers en 3 partijvoorzitters gekomen. De dioxinecrisis en de oppositiejaren hebben we niet overleefd. Van Hecke, Pinxten en Taylor stapten over naar de VLD, Marc Van Peel (Schepen in Antwerpen) en Stefaan De Clerck (Burgemeester in Kortrijk) spelen vandaag als prille vijftigers niet meer mee aan de top van CD&V. Na de generatie Dehaene kwam de generatie Leterme.

De slijtage van het politieke leven deed zijn werk. Politieke carrières worden steeds korter en de zeden van het Wetstraatmilieu worden steeds ruwer. Het mag een les zijn voor de toekomstige generaties. Terwijl Pinxten en Van Hecke de partij de rug toekeerden, hebben Van Peel, De Clerck en ikzelf in de moeilijke oppositiejaren blijven vechten voor de toekomst van de christendemocratie. En met succes. Daar ben ik fier op.

Ook ben ik blij dat politieke overloperij op termijn leidt tot politieke zelfmoord. Ook Reginald Moreels bekent deze week in Humo dat hij na zijn overstap naar de VLD politiek “pierdood” is. De NCD van Van Hecke werd een totaal debacle. Wie over nieuwe politieke cultuur spreekt weet nu ook wat dit betekent. Het postje van Karel Pinxten is de ultieme ontmaskering van de “vernieuwing” van Verhofstadt.

Een politicus mag en moet ambitieus zijn maar trouw aan principes, kiezers en militanten moet de basisethiek blijven van elk politiek handelen. “To be a man of honour” en dat is Pinxten niet geweest. En dat zal een goedbetaalde Europese job nooit kunnen goedmaken.

Toen ik afscheid nam als voorzitter van de CVP-Jongeren in Westende in het voorjaar van 1983 citeerde ik als slot Adriaan Roland Holst Van der Schalk

“Ik vraag geen oogst

Ik heb geen schuren

Ik sta in uwen dienst zonder bezit

Maar ik ben rijk in dit

Dat ik de ploeg van uw woord mocht sturen”

Pinxten en Van Hecke zaten toen als jong CVP-militanten in de zaal. Ik gaf hen alle kansen, begeleidde hen mee naar de top maar ze hebben mijn vertrouwen beschaamd. De fles die we van Willy Buys (toenmalige CVP-woordvoerder) cadeau kregen met het etiket van Falstaff staat nog steeds ongeopend in mijn kelder. Ik zal ze blijven bewaren als aandenken aan zoveel gemiste kansen.

woensdag 15 juni 2005

Karel zit zo in elkaar

Het incident met De Gucht is officieel gesloten, maar ik leg er mij niet bij neer. Want zoals Herman zei in de Zevende Dag : “het is wachten op het volgende incident. Hij zit zo in elkaar.”

Ik heb deze ervaring al 27 jaar en vermits parler vrai terug in is in de Wetstraat: ik ben allergisch aan deze mix van ijskoning en arrogantie en ik weet dat het wederzijds is.

Ik ontmoette Karel De Gucht voor het eerst in 1978 toen hij nationaal voorzitter was van de PVV-jongeren. We hadden in die tijd meermaals debatten in Vlaamse parochiezaaltjes met de jongerenvoorzitters en toen reeds viel mij zijn “ijskonijn”-houding op. Vóór de debatten sprak hij met geen woord tegen zijn collega’s en na wat arrogante uitspraken tegen de toenmalige CVP was hij zonder groeten weg. Hij hield het trouwens in die functie niet lang vol want hij werd in 1979 als PVV-jongerenvoorzitter opzij gezet (toen al) door een zekere Guy Verhofstadt (met hem was ik in die jaren wel goed bevriend; ik was zelfs op zijn trouw in Gent).

De Gucht kwam in 1980 als vierde opvolger totaal onverwacht in het Europees Parlement en toeval wil dat ik hem daar opnieuw ontmoette toen ik in 1981 als eerste opvolger van Tindemans ook in Straatsburg mocht aantreden. In de schaarse gesprekken die ik met hem had viel mij opnieuw zijn misprijzen en afkeer op tegen al wat christendemocratisch was. Paars avant la lettre. Ik herinner mij ook nog zijn scherpe uitval naar de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Leo Tindemans die in Straatsburg een toelichting kwam geven bij het Belgisch voorzitterschap. Dat de PVV in 1982 deel uitmaakte van de Regering Martens-De Clercq, stoorde hem blijkbaar allerminst. Wat Tindemans mij toen over De Gucht zei is niet voor publicatie vatbaar (er bestaan ook geen tapes).

De Gucht was –toegegeven- wel een uitstekend parlementslid en slaagde erin als jong Europees parlementslid rapporteur te zijn van belangrijke rapporten. Zijn goede maat en buddy BRT-journalist Dirk Sterckx zorgde toen reeds voor een uitstekende media-coverage. Zijn uitstekende relaties met de media (eerder dan met zijn collega’s, zelfs van zijn eigen partij)waren trouwens een constante in zijn carrière.

Ik botste terug op De Gucht toen hij in 1995 lid was van de commissie Economie in het Vlaams Parlement. Hij had zich toen ingegraven in het dossier van de scheepskredieten en poogde minister-president Luc Van den Brande en mezelf als Economie-minister onderuit te halen met dossiers die in de gerechtelijke sfeer zaten en waar wij als verantwoordelijke ministers niets mee te maken hadden. Het leverde buiten wat media-aandacht weinig op maar toen de CVP in 1999 in oppositie belandde, lukte hij er toch in om in het Vlaams Parlement een onderzoekscommissie op te richten die ons politiek moest kelderen. Het werd weer een flop. Alleen een topambtenaar van Gimvindus (van CVP-signatuur), Roger Malevé, werd er totaal ten onrechte het slachtoffer van. De manier waarop De Gucht Malevé (die als ambtenaar geen spreekrecht had) publiek in het Parlement en de media zonder harde feiten schoffeerde, was tergend en onaanvaardbaar (ook voor zijn eigen coalitiepartners) en tekenend voor zijn karakter.

Als VLD-voorzitter was zijn strategie erop gericht de CVP in oppositie te breken. Zijn uitvallen tegen het katholiek onderwijs en zijn hardnekkigheid in ethische dossiers waren ingegeven door zijn uitgesproken vijandigheid en intolerantie tegenover de katholieke levensbeschouwing. De aanvaringen met de CD&V-fractie (Luc Martens, Mieke Van Hecke) waren dan ook legio. In zijn Toscaanse gesprekken met Johan Van Hecke schreef hij er zelfs een boek over. Opvallend is dat de twee Toscaanse ghost-writers Dirk Achten (ex-Standaard en nu zijn kabinetschef) en Yves Desmet ( De Morgen) vandaag ook zijn grote en enige verdedigers zijn in het Balkenende-incident.

Het Laatste Nieuws titelde maandag jl.: De Gucht liegt zich in de problemen. Dat was ook het geval in 2001 toen Johan Van Hecke vergat zijn GSM af te leggen en Stefaan De Clerck het gesprek kon beluisteren tussen Van Hecke en De Gucht. Deze zei toen dat De Clerck leidde aan “zinsbegoocheling”. In andere landen zou een partijvoorzitter na zo’n publieke leugen moeten aftreden want Van Hecke erkent nu zelf in privé-gesprekken dat hij in het bureel zat bij De Gucht.

Ook tijdens het weekend poogde De Gucht zijn verantwoordelijkheid af te wentelen op een journalist. Onafgezien van de opportuniteit van de verklaringen als minister van Buitenlandse Zaken is zijn leugenachtig optreden onaanvaardbaar. Hij deed hetzelfde naar aanleiding van het Kabila-incident met de hooggewaarde buitenlandjournaliste van Le Soir, Colette Braeckman. In Angelsaksische landen staat op leugens en laaghartig menselijk gedrag maar één sanctie.

Voor CD&V (niet voor het land) is het wellicht een goede zaak dat De Gucht op post blijft. Het is inderdaad wachten op de volgende gaf. De Gucht is voor de oppositie een godsgeschenk. Zijn leugens naar aanleiding van de overloperij van de NCD’ers hebben de eenheid in CD&V hersteld en de basis gelegd voor de wederopstanding. Zijn houding in het debat over het migrantenstemrecht deden de VLD de Vlaamse en Europese verkiezingen verliezen. Met De Gucht op Buitenlandse Zaken weten ze van Den Haag tot Kongo hoe België zich op de wereldkaart zet. De Belgische opendebatcultuur als exportproduct voor een goede relatie tussen naties. Jonge diplomaten krijgen dezer dagen een les hoe het niet moet.

De media, zijn trouwste bondgenoten hebben hem nu ook wel definitief door. De journalistenvereniging was vernietigend. Ik heb er 27 jaar op moeten wachten, maar mijn eerste indruk over De Gucht was de juiste. En voor mij is het incident dan ook niet gesloten. Affaire à suivre.

vrijdag 27 mei 2005

Au revoir Steve

Ik zal nooit de tussenkomst van Steve Stevaert vergeten op zijn eerste vergadering van de Vlaamse Regering in september 1998. Minister-president Luc Van den Brande had de zgn. Septemberverklaring uitgedeeld en elke minister ging met kabinetsnota’s in de hand op zoek naar de paragrafen die zijn beleid in de verf moesten zetten. Uiteindelijk werd het een tekst van haast twintig bladzijden.

Steve had geen dossier bij zich, had aandachtig geluisterd en nam na een ellenlange discussie over de budgettaire implicaties van één of andere beleidsintentie (geanimeerd door Wivina Demeester) het woord met de simpele vraag : “Luc, wat hebben de mensen aan uw ingewikkeld verhaal? Zorg voor een boodschap niet alleen voor die 125 parlementsleden en 500 kabinetsmedewerkers maar vooral voor de Vlamingen die nooit uw tekst zullen lezen.”

Het werd muisstil op de Vlaamse Regering. Plots realiseerden we ons dat hij gelijk had. We hadden o.l.v. Luc Van den Brande met Luc Van Den Bossche, Wivina Demeester en Luc Martens keihard en degelijk gewerkt maar we faalden totaal inzake communicatie.

Enkele dagen later lanceerde Steve zijn idee om het gratis bussen van Hasselt uit te breiden tot gans Vlaanderen (zonder budgettaire nota tot grote woede van Wivina Demeester…..) en zijn naam was gemaakt. Daarna nog de Schalkse Ruiters, Somers en Verschueren, Morgen Maandag en Stevie Wonder was geboren.

Hij overklaste ons. Sommige partijgenoten waren jaloers en poogden zijn stijl en nieuw verhaal onderuit te halen maar het werkte als een boemerang. Hij was ongrijpbaar.

Ik moest het ook ervaren in de eerste oppositiejaren in het Vlaams Parlement. Oppositie voeren tegen hem was als rijden op een hometrainer in een garage terwijl de echte koers met de televisiecamera’s op straat werd verreden.

Gratis tv-kijken, gratis bussen, gratis elektriciteit, gratis huisvuilophaling, gratis onderwijs, afschaffing cafébelasting. Het kostte de Vlaamse begroting 1 miljard euro maar de kritiek werd door de media afgedaan als verzuurd en negatief. Steve wist wat de mensen wilden. Vlaanderen vakantieland vertaald in de feestcheques en de barbecues op 11 juli 2002 en het nieuwe Vlaamse volkslied: “Vlaanderen boven waar er mossel met friet is, waar de mensen belangrijk zijn en de pensen omvangrijk zijn.”

In deze sfeer won hij de verkiezingen van 2003 en was hij onweerstaanbaar op weg om de nieuwe Vlaamse minister-president te worden. Ik ben ervan overtuigd dat indien hij deze functie had kunnen bereiken Stevaert vandaag nog op het Martelaarsplein zou zitten en het gouverneursschap van Limburg zou overlaten aan een even anonieme Limburger als Harry Vandermeulen (Limburgs gouverneur van 1978 tot 1995).

Ik heb Stevaert steeds ervaren als een heel speciaal man. IJdeler dan hij zich voordoet, zeer intelligent, uiterst vriendelijk met iedereen (ook als je hem aanviel in oppositie), menselijk alert. Maar als je poogde te raken aan zijn core-business of machtspositie, keihard. In de Vlaamse Regeringsonderhandelingen had hij enkele dada’s en die waren onbespreekbaar (o.m. De Lijn) of hij haakte bitsig af. Ook viel me toen op dat het gouverneurschap van Limburg even “onverwijld” was voor sp.a dan BHV voor CD&V-N-VA! Wat ik hem kwalijk nam is dat hij het kiessysteem heeft gewijzigd in functie van zijn eigen electorale strategie. Provinciale kieskringen, dubbele kandidaatstelling, kiesdrempels, kartels : alles was erop gericht om met de SP-teletubbies de grootste te worden. Ook organiseerde hij in 2004 een nooit geziene stoelendans van ministers en opvolgers in de parlementen die de geloofwaardigheid van het politiek systeem zwaar hebben aangetast. Politiek was voor hem een schaakbord in dienst van Koning Steve. Met hem werd de particratie opnieuw almachtig.

Zal zijn invloed blijvend zijn? Voor verkeersveiligheid en openbaar vervoer wel, voor het overige wellicht niet. Het gratis-verhaal is nu reeds doorprikt en biedt geen perspectief voor de grote uitdagingen van morgen (werkgelegenheid en vergrijzing). De verkiezingen van 2004 hebben aangetoond dat de grenzen van de mediatisering bereikt zijn (overacting). Ook krijgen de kiezers meer oog voor serieux en goed bestuur. De losse ideeënfabriek van Stevaert strandde op een lege Vlaamse kas. (Hij vond dit mijn beste oppositiezet.)

Staat een nieuwe generatie klaar om hem op te volgen? Zeker niet. Hij moet zijn voorzitterstoel overlaten aan de socialistische machtspoliticus bij uitstek Vande Lanotte en in de federale regering beseft nu iedereen dat men ’s lands bestuur moeilijk kan toevertrouwen aan de zonen en dochters van Luc Van Den Bossche, Louis Tobback, Louis Vanvelthoven, Willy Claes of Leona Detiège. Steve heeft nieuwe voornamen gecreëerd maar als het erop aankomt om ’s lands financiën te beheren zal hij volgens Luc Vanderkelen in Het Laatste Nieuws moeten teruggrijpen naar Freddy Willockx, gewezen staatssecretaris van Financiën in 1980… Wellicht zal Freddy niet gevraagd worden, maar het wijst er wel op dat politiek personeel enkel rekruteren in functie van bekende achternamen en goed mediatiek overkomen ook zijn limieten heeft.

Richard Nixon zei bij het verlaten van het Witte Huis: “het is geen adieu, maar een au revoir : we see each other again.” Of dit voor Steve geldt weet ik niet. Hij blijft onvoorspelbaar. In alle geval tot ziens in Limburg of zeker tot in de Hemel na het Santo Subito van de Vlaamse pers tijdens het weekend en zijn boek Anders Geloven.

Nog een laatste uitsmijter van Steve over de Van Rompuy’s. Hij noemde ons ooit “het betere volk van de CVP”. Een doordenker voor Jo, Yves en Pieter.