maandag 31 maart 2008

Lessen uit running for president

Voorzittersverkiezingen zijn voor een partij altijd een delicaat moment. Daar worden de kaarten gelegd voor de electorale slagkracht en de politieke lijn van de partij. Het profiel van de voorzitter speelt hierbij een belangrijke rol.
Is dit proces een democratisch gebeuren of wordt de partijvoorzitter “op een sofa” aangeduid door de partijtop van dat moment?
Op 11 april moeten de kandidaturen voor het CD&V- partijvoorzitterschap binnen zijn. Tot hiertoe heeft niemand zich aangemeld. Ongetwijfeld zijn er kandidaten gepolst; anderen wikken en wegen hun kansen.
Tot in het midden van de jaren negentig werd de CVP-voorzitter gekozen door de congresafgevaardigden; na 1995 zijn alle leden stemgerechtigd.
Terugduiken in de geschiedenis van de CVP en CD&V leert dat elke voorzitter het product is van specifieke omstandigheden en hij (of zij) wordt het maar als het hem (of haar) “gevraagd” wordt.

Wilfried Martens beschrijft in zijn Memoires dat hij na de (zoveelste) verkiezingsnederlaag van CVP in 1971 door de groep veertigers in de partij werd “gevraagd” de partij te gaan leiden nadat Leo Tindemans , de gedoodverfde kandidaat , besloten had om minister te blijven . Ook de toenmalige CVP- bonzen Jos De Saegher en R. Vandekerckhove (uittredend CVP-voorzitter) steunden hem. Op het CVP-congres had hij wel een 60-jarige tegenkandidaat (een Gents conservatief) maar hij werd glansrijk verkozen ( 271 stemmen of 83%).

Martens werd opgevolgd door Tindemans. In zijn Memoires schrijft hij hierover: “De CVP organiseerde op 1 april 1979 een congres over de regeringsdeelname. Het congres verliep anders dan gepland. Verscheidene sprekers vroegen onder stijgend applaus dat Tindemans de taak van partijvoorzitter wilde overnemen. Jan Verroken vroeg zelfs op de man af of ik op zulk appel wilde antwoorden. Ik oordeelde nu dat het mijn plicht was het voorstel te aanvaarden als het congres het werkelijk verlangde. Daarop ontstond een staande ovatie. Nadien zou dit plebisciet worden bevestigd op een statutaire vergadering.” Op dat fameus congres in de Magdalenazaal behoorde ik als CVP- Jongerenvoorzitter ook tot de sprekers. Bij de aanvang ervan vroeg Herman om mijn tekst even te mogen nalezen en voegde er een handgeschreven zin aan toe: “ wij zijn de hetse tegen Leo Tindemans kotsbeu”.Achteraf heb ik mij vaak de vraag gesteld of het optreden van Tindemans op dat congres wel zo “spontaan” was als voorgesteld.  Herman en Hugo De Ridder weten er meer over…
In 1981 werd parlementslid en minister van Defensie Frank Swaelen na de Regeringsvorming Martens-Gol door het partijbestuur aangeduid als waarnemend voorzitter en in maart 1982 haast unaniem bevestigd door het CVP- congres en dit zonder tegenkandidaat .Na de dramatische nederlaag van 1981 en het conflict Martens-Tindemans was Swaelen de diplomatieke rustbrenger en consensusfiguur die een groot respect genoot van de partijbasis.

Toen Swaelen in 1988 Senaatsvoorzitter werd was de partijtop ( Martens, Dehaene en Swaelen) van plan om Wivina Demeester partijvoorzitter te maken. Ze maakte hierbij de fout door te vroeg haar kandidatuur bekend te maken in de pers ( I’ m running for president!”). Persoonlijk had ik als jong parlementslid ook ambities en kondigde bij verrassing mijn kandidatuur aan. Plots ontstond er hierdoor evenwel een cascade aan kandidaturen (o.m. Luc Martens en Johan Van Hecke) en waren we met zeven .In de pers werd smalend gesproken over de “ 7 dwergen” en de partijtop wou het risico niet lopen dat Luc Martens, Van Hecke of ik tot voorzitter werden gekozen door het CVP-congres. Uiteindelijk schoven Dehaene, Swaelen en Delcroix mijn broer Herman naar voren en werd ons beleefd gevraagd onze kandidatuur in te trekken. Op het CVP- partijbestuur was hiertegen enig gemorrel maar op het CVP-congres in Antwerpen kreeg Herman een ruime meerderheid (70%) achter zich. Er was geen tegenkandidaat.

In 1993 volgde Herman Mieke Offeciers op als minister van Begroting en moest er een nieuwe voorzitter komen .Ik was toen fractieleider in het Vlaamse Parlement en kaartte bij Herman Johan Van Hecke aan die fractieleider was in de Kamer . Hij genoot ook de steun van de Falstaff-groep ( K. Pinxten, S De Clerck, M. Van Peel, J. Taylor, J. Van Hecke en Eric Van Rompuy) .Herman aarzelde maar ik riep samen met J. De Roo de gezamelijke fracties samen in de Senaat om de kandidatuur van Van Hecke voor te dragen .Enkele senatoren stemden voor Delcroix (hoewel die geen kandidaat was) maar het voorstel werd haast unaniem gestemd .Ook op het CVP- partijbestuur en het congres werd de keuze zonder discussie bevestigd.
Na het ontslag van Van Hecke in 1996 volgde ondervoorzitter Mark Van Peel hem statutair op als CVP-voorzitter. Toen de keuze moest worden voorgelegd aan de leden polste Karel Pinxten wel naar zijn kansen (o.m. bij mij en Delcroix) maar uiteindelijk werd Van Peel bevestigd als voorzitter .Hij genoot hierbij de uitdrukkelijke steun van Dehaene, H. Van Rompuy en L. Vandenbrande en tegenkandidaten daagden niet op.

De dioxine-verkiezingen maakten een einde aan het voorzitterschap van Van Peel en Stefaan De Clerck kwam onmiddellijk en spontaan in beeld als CVP-voorzitter .Hij had het imago van “witte ridder” als justitieminister uit de periode Dutroux en was met Verwilghen op dat moment de populairste politicus in Vlaanderen. Dehaene had zich teruggetrokken en de gewezen CVP-ministers waren ongeloofwaardig om de zgn. “vernieuwing” te belichamen. In september 1999 vormde de aanstelling van De Clerck tot CVP-voorzitter dan ook geen enkel probleem.
Stefaan De Clerck werd de voorzitter-stichter van CD&V maar overleefde de verkiezingen van 2003 niet. Op een vergadering in restaurant Delbeccha in Dilbeek werd door de toenmalige CD&V- top (een 15-tal aanwezigen) aan Yves Leterme gevraagd voorzitter te worden. Hij was toen fractieleider in de Kamer en had electoraal bijzonder goed gescoord. Hij aarzelde eventjes maar nam de fakkel toch over van De Clerck .Zijn verkiezing door alle leden ( in juli 2003) was een formaliteit en werd het begin van het meest succesvolle voorzitterschap sinds Wilfried Martens.

Toen Leterme in 2004 na de Vlaamse verkiezingen formateur van de Vlaamse regering werd belastte hij nationaal partijsecretaris Jo Vandeurzen met het voorzitterschap. Toen deze keuze in het najaar moest worden voorgelegd aan de CD&V- leden, bleek dit geen evidentie. Ik doorbrak de zgn. consensus door in de pers te stellen dat ik er ook aan dacht kandidaat te zijn. Daarop kreeg ik onmiddellijk een telefoon van Pieter De Crem die mij zei dat ook hij overwoog om zijn kandidatuur te stellen. Ik vond op dat moment dat de partijleiding nood had aan een democratische legitimatie in een verkiezing met meerdere kandidaten. Toen op het partijbestuur Vandeurzen en De Crem hun kandidatuur bevestigden, zag ik af van mijn voornemen. Met Vandeurzen en De Crem was er keuze tussen twee duidelijk verschillende profielen. Sommigen verweten mij verdeeldheid te hebben gezaaid maar achteraf bekeken deed het de partij deugd en kreeg Vandeurzen hierdoor een bredere basis voor zijn voorzitterschap. Ook De Crem bewees met zijn 35 % dat hij populair was bij de basis van de partij en een wissel vormde op de toekomst. Iedereen was tevreden dat CD&V eindelijk bewezen had ook een reële voorzittersverkiezing aan te kunnen.
Enkele maanden terug werd Etienne Schouppe (zonder duidelijke procedure) aangeduid als “interimvoorzitter” tot de regering Leterme zou aantreden op 20 maart. Tot ieders verrassing (ook van hemzelf) werd hij staatssecretaris en is CD&V nu op zoek naar een nieuwe voorzitter.

Wordt het voor het eerst een vrouw? Krijgt ze 20 jaar na Wivina echt de kans “to run for president”? Moet het profiel een communautaire hardliner zijn of eerder een diplomaat die het schip zonder averij voorbij de klip van 15 juli kan leiden? Moet de voorzitter een ideoloog zijn of een pragmaticus? Iemand van de jonge generatie of de tussengeneratie? Een winnaar of iemand die anderen laat scoren?

Faites vos jeux! Een stukje geschiedenis kan u wegwijs maken. Mijn verhaal “How to run for president” leert dat de omstandigheden altijd anders zijn en de profielen steeds wisselend,  maar zonder “gevraagd” te worden maakt u vrijwel geen kans. Dat is de enige constante.

donderdag 27 maart 2008

We hernemen de vijandelijkheden

Na de 1-3 voor Marokko heb ik gisteren boos mijn tv- toestel afgezet. Shame on you (opnieuw). Datzelfde gevoel had ik deze morgen als ik de interviews las van Reynders (Tijd) en Maingain (Le Soir). De Vlamingen moeten zich volgens ” monsieur Didier” geen illusies maken over een “grote” staatshervorming en Maingain koppelt de tweede fase nog eens aan de benoeming van de 3 burgemeesters in de faciliteitengemeenten. Zij weten dat dit breekpunten zijn voor de Vlaamse partijen maar toch blijven ze CD&V- N.VA en Leterme hiermee bestoken. Nog geen 100 uren na de vertrouwenstemming van de regering Leterme is het weer oorlog. Het doet denken aan de periode van de regering M. Eyskens toen deze de ministerraad begon met de gevleugelde woorden: “Heren, we hernemen de vijandelijkheden”.
Reynders wil – zoals destijds de toenmalige PS van Spitaels en Mathot – een koppeling tussen begroting en staatshervorming. Vandaag luidt het : Geen “ vette vis” in de staatshervorming zonder “fiscale vette vis”. Dat zijn plannen tot belastinghervoming 3 à 4 miljard euro zullen kosten is geen probleem want zoals in de jaren zeventig zullen de begrotingstekorten wellicht “verdwijnen zoals ze gekomen zijn”. Ik noemde enkele dagen terug Reynders “un petit monsieur”. Het is nog beleefd uitgedrukt.
Intussen probeert de VLD de sfeer verder te verpesten door CD&V in het nauw te drijven door het debat te heropenen over euthanasie voor jongeren en dementen. De Gucht is weer in zijn hatelijke rol van logebroeder met uitspraken als: “De katholieken zijn een minderheid en toch pogen ze hun moraal op te dringen aan de meerderheid die niet katholiek is. No paseran. Zolang uw (lees CD&V) ziekenhuizen de wet niet toepassen, kan er geen gesprek zijn.”
Na afloop van België- Marokko wees niemand trainer Vandereycken met de vinger. Hij moet spelen met het talent, de mentaliteit en de inzet die in de “ploeg” voorhanden is. Maar op termijn worden trainers toch beoordeeld op hun resultaten. Of bepaalde ministers van de Rode Duivelsploeg echt de wedstrijd van de regering Leterme voor hun land willen winnen, is twijfelachtig. Ik heb de indruk - na het spektakel van de laatste dagen - dat ze eerder de trainer buiten willen. Moet ik dan op 15 juli opnieuw de knop van mijn tv-toestel dicht draaien en uitroepen: Shame on you!

zondag 23 maart 2008

Zalig Pasen

Meer nog dan in Kerstmis ligt in Pasen voor de christen de kern van zijn geloof. Christus is gestorven op Goede Vrijdag maar herrezen met Pasen. Er is hoop na dit leven. Ooit zullen we terug samen zijn met degenen die we liefhebben. Het eeuwig leven met ziel en lichaam: hier ligt de essentie van het Credo. Daarom ook is Pasen het feest van de vreugde.
Heidi vertrok deze morgen voor een week met haar klas naar Jersey. We hebben dit jaar geen paaseieren meer gelegd; ze is nu 14 en we beseffen dat het één van de symbolen is die we geleidelijk aan moeten loslaten. We zijn ook voor het eerst alleen met Pasen. Straks gaan we naar de Hoogmis: “De Heer is waarlijk opgestaan. Alleluia”. De klokken zullen luiden over Vlaanderen en in Rome weergalmt het “Urbi et Orbi” en het “zalig Pasen” van Paus Benedictus.
Pasen is de overwinning van het leven op de dood. Uitgerekend in deze paasweek stierf de grootste Vlaamse schrijver door euthanasie. Het is geen banaal feit en geeft aanleiding tot een levensbeschouwelijk debat in Vlaanderen. Claus “stapte vrijwillig uit het leven” en “koketteerde” met de dood. Vlaams minister van Cultuur Anciaux noemt Claus zelfs een “stervensgenieter”. Zijn houding wordt door Vlaamse (vrijzinnige) intellectuelen, de media (haast unaniem) en politici (Verhofstadt) beschouwd als een “edelmoedige” daad en “een voorbeeld voor al diegenen die zichzelf en de samenleving niet langer tot last willen zijn”. Wie het met hen niet eens is, wordt afgedaan als dom, achterhaald en zelfs harteloos.
Kardinaal Danneels en Broeder Stockman hebben hiertegen tijdens het paasweekend terecht gereageerd. G. Danneels:“Er is blijkbaar geen plaats meer in onze cultuur noch voor de dood noch voor het lijden.” Wat te denken van al die mensen die ondanks hun uitzichtloze ziekte blijven vechten voor het leven hierin vaak gesteund door hun familie, vrienden, artsen en verplegend personeeel? R. Stockman:“Voor hen is het de zoveelste kaakslag. Kijk naar Claus: die heeft de moed gehad er een eind aan te maken, zijn familie niet meer tot last te zijn en ruimte aan anderen te geven. Daarom neem de eigen regie in uw handen.” Stockman besluit met de droeve vaststelling:” Ode aan het leven van de volmaakten, van de succesvollen, die hun woorden tot heldere frasen kunnen kneden. In de brave new world is alleen nog plaats voor hen. Ik ken nochtans veel mensen die hun woorden niet meer vinden of ze zelfs nooit hebben gevonden. Is het leven van die mensen dan waardeloos geworden?”
Professor Vermeersch zegt dat “niemand wordt onder druk gezet om euthanasie te plegen”, maar de “verheerlijking” van de “edelmoedige” daad van onze grootste Vlaamse schrijver heeft wel een grote maatschappelijke en ethische impact. Ook hier geldt een voorbeeldfunctie. Jarenlang heeft progressief Vlaanderen storm gelopen tegen het “eenheidsdenken” van de christelijke moraal over leven en dood. Vandaag zijn Danneels en Stockman evenwel de nieuwe dissidenten die nog durven opkomen voor al diegenen die ook in de moeilijkste omstandigheden het leven blijven koesteren. Hun protest tegen de massale media-aandacht voor dit gebeuren krijgt mijn steun. België staat volgens Vermeersch ” op ethisch vlak wereldwijd op een eenzame hoogte” en verwijt aan de katholieke ziekenhuizen een “harteloze” ethiek. De vrijzinnige ethicus is de nieuwe dogmaticus van de “vrijheid” geworden en waant zich superieur over de “andersdenkenden”. Zijn uitval tegen “broeder van liefde” Stockman is beneden alle peil en onwaardig voor de “de grootste intellectueel van Vlaanderen”.
Claus hield van provocatie en poogde in zijn geschriften in te gaan tegen de “verstikkende” invloed van de Kerk en haar moraal. Zelfs in zijn levenseinde bleef hij trouw aan zichzelf maar wellicht heeft hij nooit gedacht nog het onderwerp te zijn van een paashomilie die juist hulde brengt aan het eeuwige leven.

zondag 16 maart 2008

Bij het afscheid van Verhofstadt

Sinds Verhofstadt Eerste Minister werd heb ik met hem niet meer gesproken. Het is ooit anders geweest.
Ik ontmoette hem voor het eerst de avond van de Egmont-verkiezingen op 20 december 1978. Knack had hierover in het I.P.C. (International Press Center) een nachtelijk debat georganiseerd waarop ik als voorzitter van de CVP-Jongeren was uitgenodigd door Frans Verleyen. Ook de jonge adviseur van Willy De Clercq, een zekere Guy Verhofstadt, maakte deel uit van het panel. Het was mij opgevallen dat hij in gezelschap van Louis Tobback en Jean-Luc Dehaene het hoge woord voerde alsof hij al jaren deel uitmaakte van de Wetstraatclub.
Enkele maanden later zag ik hem terug als de nieuwe voorzitter van de PVV-Jongeren (hij was er toen ook al in gelukt Karel De Gucht opzij te zetten). Het was in die tijd een vast affiche om de nationale jongerenvoorzitters uit te nodigen voor debatten in parochiezalen, jeugdclubs en universitaire aula’s. We hebben toen vaak de degens gekruist en trokken zelfs enkele malen samen op vanuit Gent en Brussel .In het begin kwam Verhofstadt “raar” over met zijn (te) grote bril en wapperende haren en zijn veel te lange en te theoretische (neoliberale) interventies met een woordenvloed die deed denken aan zijn leermeester Willy De Clercq.
We wedijverden om mediabelangstelling en gingen daarom geregeld naar de IPC-bar, the place to be waar Wetstraat-journalisten menige “happy hours” doorbrachten en vóór het GSM-en mailtijdperk nog fysiek aan de toog op zoek gingen naar indiscreties en primeurs. Onze aanwezigheid in het IPC leverde ons menige krantenkop op en we haalden beiden in het jaar 1980 de cover van Knack. We waren zelfs te gast in Confrontatie (de toenmalige Zevende dag) o.l.v. Jan Schodts en op Samedi Première (RTBF). De jongerenvoorzitters waren in die dagen de “babes” van de Belgische politiek, maar niet omwille van hun look!
Terwijl ik een open oorlog voerde tegen de regeringen Martens (ik bracht er zelfs één ten val in december 1979 op het CVP- Heyzelcongres), slaagde Verhofstadt erin zijn neoliberaal manifest op het PVV-congres door te drukken en werd hij vlug aanzien als de “dauphin” van Willy De Clercq.
In de debatavonden groeide zijn métier; hij kreeg van langsom meer vat op het publiek. Steeds vaker moest ik het tegen hem afleggen. Achteraf bekeken geen oneer. Onze persoonlijke relaties leden er echter niet onder want hij nodigde me zelfs uit op zijn huwelijksreceptie waar ik kon kennismaken met enkele mooie jonge dames van de Gentse PVV-Jongeren…
Na de verkiezingen van 1981 gingen onze wegen echter definitief uiteen. In de CVP werd ik door Wilfried Martens en de top van het ACW mede verantwoordelijk gesteld voor de zware verkiezingsnederlaag (we verloren 12% in Vlaanderen) en voor enkele jaren op de strafbank gezet. De PVV won echter de verkiezingen en in het zog van de regeringsvorming werd Guy Verhofstadt op 28-jarige leeftijd de jongste partijvoorzitter uit de Belgische politiek. Enkele dagen voor zijn verkiezing hadden we in Gent een debat aan de R.U.G. o.l.v. professor André Vlerick over de publieke financiën. Na afloop zei Vlerick dat we het zeer goed hadden gedaan en ooit zag hij ons samen in een regering. Zijn voorspelling werd (helaas) nooit bewaarheid.
We zagen elkaar terug in 1985 toen Verhofstadt minister van Begroting werd en ik mijn intrede deed in de Kamer. Verhofstadt deed het schitterend maar ik vond dat Wilfried Martens hem teveel ruimte gaf. Ik probeerde hem wat te tackelen in het Parlement, wat me van Verhofstadt het verwijt opleverde zijn “Facchetti”(de beenharde verdediger van Inter Milaan) te zijn. Op 3 juli 1987 gaf ik hierover een interview in La Libre Belgique met als titel: “W. Martens laisse trop de liberté à Verhofstadt. Verhofstadt n’est pas le Mozart de la politique belge”. Het begrotingstekort was wel teruggevallen van 14% van het B.N.P. naar 7% maar ik vond dat bij zulke hoge tekorten er nog geen marge was om de belastingen drastisch te verlagen. “Eric van Rompuy, le bouillant député CVP veut que le gouvernement poursuive l’assainissement budgétaire avant de se lancer dans une réforme fiscale qui pourrait ruiner les efforts déjà entrepris ».
Enkele weken later gaven Herman en ik een coverinterview in Knack waar we resoluut in de aanval gingen tegen de belastingplannen van Verhofstadt. Door die stellingname werden we achteraf mede verantwoordelijk gesteld voor de jarenlange breuk tussen CVP en PVV. Het verklaart ook de allergie van Verhofstadt voor de gebroeders Van Rompuy tot op de dag van vandaag.
Toen Verhofstadt in 1988 op de oppositiebanken belandde, gingen we geregeld in de clinch in de Kamer. Met Verhofstadt, Willockx, Frank Vandenbroucke en Eric van Rompuy was de ambiance in de commissie Financiën verzekerd. Verhofstadt was een meedogenloze oppositieleider met brutale woede uitvallen; zelfs tijdens de koffiepauzes gunde hij zijn collega’s geen blik. Vooral de CVP moest het ontgelden. De “woordbreuk” van 1987 heeft hij nooit verteerd.
Persoonlijk hadden we in de jaren negentig verder geen enkel contact meer. In 1995 verliet ik de Kamer en werd Vlaams minister. Verhofstadt verdween na 1995 voor enkele jaren in de woestijn en werkte aan zijn NPC (nieuwe politieke cultuur). In dat kader en tot mijn verrassing kreeg ik van hem een telefoon met een uitnodiging om te komen spreken op de Open Studiedagen van de VLD in Waregem (op 31 januari 1998). Ik werd gevraagd als minister van economie mijn mening te zeggen over het liberale Plan van de Arbeid en mijn beleid toe te lichten over de Vlaamse economie in het licht van de “nakende” staatshervorming. Ik begon mijn toespraak met de woorden: “Twintig jaar geleden waren Verhofstadt en ik rebellen. Hij blijft een vernieuwer en ik ben een dorre en saaie CVP’er geworden.” Applaus van het VLD-congres. Het ijs was meteen gebroken en ik eindigde met een pleidooi voor een sociaal-economische staatshervorming waar Vlaanderen bevoegd zou worden voor werkgelegenheid en arbeidskost.
Enkele weken later kwam Verhofstadt met VLD-fractieleider André Denijs op bezoek op mijn kabinet om te spreken over de resoluties van het Vlaams Parlement over de staatshervorming. VLD zou hiervan een prioriteit maken na de verkiezingen van 1999.
De rest van het verhaal hierover kent u. Van de Vlaamse resoluties kwam niets in huis en Verhofstadt verweet mij zelfs dat ik met mijn “Big Bang” tijdens de Vlaamse verkiezingen in 2004 de bedoeling had het land te doen ontploffen .Vooral Yves Leterme nam mij deze verklaring bijzonder kwalijk omdat ze Verhofstadt in de ultieme verkiezingsdebatten de kans gaf om het debat (op punten) te winnen met het verwijt aan het Vlaamse kartel het land te willen destabiliseren. Achteraf kreeg ik hiervoor bij CD&V de rekening gepresenteerd. Maar de Big Bang is nog steeds aan de orde.
Verhofstadt werd op deze website één van mijn favoriete schietschijven. Meermaals heb ik zijn val voorspeld. Zo schreef ik op mijn eerste Dagboek (16 februari. 2005):
“ De maand maart wordt zonder twijfel een gevaarlijke maand voor de Belgische politiek. In de jaren zeventig en tachtig vielen enkele regeringen van Martens en Tindemans bij het begin van de lente. In het toneelstuk van Shakespeare waarschuwt waarzegger Julius Caesar voor de “iden van maart” ( “Beware of the ides of March”). Ze zijn opnieuw op komst, mijnheer Verhofstadt en de “iden” vallen in de Wetstraat zoals in het oude Rome nog steeds op 15 maart”.
Drie jaar later is Verhofstadt op 15 maart nog steeds Premier. Op 20 maart volgt Yves Leterme hem op maar of hiermee “de politieke duif” dood is betwijfel ik. Politieke beesten gaan immers nooit dood. Dan hebben Guy en ik toch iets gemeen…

woensdag 12 maart 2008

Blauwhelmen op komst?

The Committee on the elimination of Racial Discrimination van de Verenigde Naties haalt uit naar de Wooncode van de Vlaamse Gemeenschap en het grondreglement van “the Municipality of Zaventem, near Brussels”. Ze vinden het een discriminatie dat bij kandidaat-huurders voor sociale woningen en kandidaat-kopers van gemeentelijke kavels rekening wordt gehouden met de taalvereiste om Nederlands te spreken of tenminste een inspanning te doen om Nederlands te leren. Ze vinden het een aantasting van de “housing rights”.
Onvoorstelbaar dat een instelling als de Verenigde Naties die terecht bekommerd is om de mensenrechten in heel de wereld, haar oog heeft laten vallen op de Vlaamse Wooncode. Deze heeft juist tot doel de sociale integratie te bevorderen. Taal is immers een belangrijke factor van sociale cohesie bij het wonen en samenleven van mensen. Het gaat hierbij trouwens niet om een taalexamen, wel om een inspanningsverbintenis.
Het is duidelijk dat internationale instellingen als de Raad van Europa en de Verenigde Naties zich laten leiden door de opruiende taal van de Franstalige media, die vaak hun enige bron zijn van informatie over Vlaanderen.
Juridisch heeft de stellingname van de Verenigde Naties geen concrete gevolgen maar in het buitenland wordt Vlaanderen hierdoor voorgesteld als een volk dat zich bezondigt aan discriminatie. De Franstaligen zien hierin een bewijs van hun strategie om Vlaanderen af te schilderen als een “racistisch” volk, terwijl we juist proberen maximale kansen te geven aan sociale integratie.
In België gingen de Raad van State en het Grondwettelijk Hof niet in op de klachten van de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest over zgn.”schending van mensenrechten”. Daarom pogen de franstaligen nu hun gelijk te halen via internationale instellingen.
Minister Keulen is terecht gepikeerd. Hij is het opnieuw “spuigzat”. Terecht.
De Blauwhelmen naar Zaventem. Ben ik nu als schepen van grondbeleid in het vredelievende Zaventem een “ krijgsheer” geworden? Wie had dat ooit gedacht? Shame on you, United Nations.

Tussenkomst EVR in debat over VN en Vlaamse wooncode in het Vlaams Parlement:
Eric Van Rompuy:
Mevrouw de voorzitter, mevrouw Dua heeft daarnet verklaard dat de VN een eerbiedwaardige instelling is. Volgens mij zijn het Vlaams Parlement en de gemeente Zaventem eveneens eerbiedwaardige instellingen. 
De titel van het rapport van de VN luidt ‘International convention on the elimination of all forms of racial discrimination’. Dit betekent dat de VN ons eigenlijk van racisme beschuldigt. Dit is hetzelfde als een klacht bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding tegen een door het Vlaams Parlement goedgekeurd decreet of tegen een door de gemeenteraad van Zaventem democratisch genomen beslissing. Ik vind dit zeer erg.
Ik betreur dit vooral omdat de Vlaamse Wooncode en de toepassing ervan in Zaventem de sociale integratie moet stimuleren en mensen met elkaar moet leren communiceren.
Het gaat erom mogelijkheden te geven aan mensen die met minder middelen een stuk grond willen kopen. In de Vlaamse Rand kost op dit ogenblik een stuk grond bijna 400 euro per vierkante meter. Weet u wat dat betekent? Wij proberen dat tegen een meer sociale prijs te verkopen, maar geven daarbij mogelijkheden en maximale kansen aan jonge gezinnen die zich hier willen integreren. Dat heeft niets met discriminatie of racisme te maken.
U als Groen! kiest de kant van de Verenigde Naties, die maar een dekmantel zijn voor de infiltratie en de opinievorming die vanuit de RTBF, Le Soir, La Libre Belgique en de hele Franstalige media worden georganiseerd. De heer Vermeiren als burgemeester en ikzelf als schepen van Ruimtelijke Ordening worden al maanden door de Franstalige media geterroriseerd. De Spaanse televisie en de Washington Post, gevoed door de Franstalige media, trachten de Vlamingen voor te stellen als racisten, die de discriminatie organiseren. Het is een methode die de Franstaligen een paar weken geleden ook al hebben toegepast bij de Raad van Europa. De Raad van Europa zendt iemand naar Vlaanderen om de niet-benoeming van de burgemeesters van Wezembeek en Kraainem voor te stellen als een aantasting van de democratie en van de mensenrechten.
Ze beschouwen de mensenrechten als hun recht om waar dan ook Frans te spreken en hun zogenaamde cultuur te exporteren. Al wie daarmee niet akkoord gaat, wordt beschuldigd van racisme.
We moeten daar inderdaad zeer zwaar aan tillen. Ik dank trouwens de minister voor zijn antwoord. De Verenigde Naties zijn in de hele wereld met mensenrechten bezig. Het is de belangrijkste organisatie die de laatste 60 à 70 jaar in alle conflictgebieden in Afrika en Azië actief was. Nu houden ze zich bezig met de gemeente Zaventem en een wooncode die de bedoeling juist heeft om de integratie van mensen te bevorderen en een grotere sociale cohesie tot stand te brengen. Dan zeg ik: “United Nations, shame on you.”