zondag 25 maart 2007

Denkend aan Europa

Op deze feestdag van 50 jaar Europa denk ik terug aan twee periodes in mijn leven die rechtstreeks te maken hadden met Europa. Op 31 oktober 1975 promoveerde ik aan de K.U.L. tot doctor in de economische wetenschappen met een proefschrift over de Europese monetaire integratie .Op 28 augustus 1981 werd ik als eerste opvolger lid van het Europees Parlement en bleef EP-lid tot 1984 en was er o.m. lid van de economische en monetaire commissie.
Europese monetaire integratie
Als jonge economist kreeg ik in 1972 van het NFWO een beurs om een doctoraal proefschrift te maken met als onderwerp “Groot-Brittannië en de Europese monetaire integratie”.Het was een bijzonder risicovolle onderneming .De monetaire integratie bevond zich in het begin van de jaren zeventig nog in haar eerste fase(de zgn. mini-slang) en dreigde onder druk van de internationale monetaire crisis zelfs helemaal te worden opgeheven. Anderzijds werd de toetreding van het V.K. tot de Europese Gemeenschap op 1 jan. 1973 in vraag gesteld en werd het lot van de Britse toetreding door de (toenmalige) Labour-regering afhankelijk gemaakt van een heronderhandeling en een referendum(dat uiteindelijk plaats vond in 1975). Het thema van mijn proefschrift dreigde vaak te worden weggespoeld door de Europese politieke actualiteit maar dat maakte het extra boeiend.
Ook stond het wetenschappelijk onderzoek over monetaire unie en de Europese munt nog in een beginfase .Daarom trok ik voor een jaar naar de universiteit van Manchester (VK) waar een briljante jonge professor in de economie, Michaël Parkin ,de wetenschappelijke fundamenten poogde te formuleren van”an overwhelming case for European Monetary Union”. Zonder zijn theoretische “underpinning” was ik er nooit in gelukt mijn doctoraat tot een goed einde te brengen. Ook mijn promotor prof. Theo Peeters was een pionier van de Europese munt en publiceerde samen met Parkin en zeven andere Europese economen op 1 nov. 1975 in The Economist het”All Saints’ manifesto for European Monetary Union” .Het was ook de tijd van het Tindemans’ rapport over de Europese Unie. In het kader daarvan was ik (samen met o.m. Paul De Grauwe ) lid van een adviesgroep monetaire unie en publiceerden we samen een rapport “Naar een relance van de Europese Monetaire Unie.”
In die jaren was de Europese Monetaire Unie een verre utopie.De politieke, economische en institutionele obstakels werden dermate groot geacht dat vrijwel niemand geloofde dat de Europese munt er ooit zou komen. 25 jaar later is de Euro een feit en een onweerlegbaar succesverhaal.Een unieke prestatie die we te danken hebben aan Giscard-Schmidt en Kohl-Mitterand met J. Delors als doorduwer en strateeg.
Mijn doctoraat staat dezer dagen vergeeld in de boekenkast. Het proefschrift werd niet de start van een academische loopbaan en achteraf is er door economisten nog weinig naar verwezen, maar die doctoraatsjaren blijven voor mij een schitterend intellectueel avontuur.De euro blijft één van de belangrijkste politieke projecten van de tweede helft van de twintigste eeuw. Wie de beginjaren heeft meegemaakt beschouwt dit nog steeds als een politiek mirakel .En ook één van de conclusies van mijn doctoraat (1975) blijft overeind:”Groot-Brittannië kan zich de luxe van het isolement niet langer veroorloven. Buiten het kader van de Europese Monetaire en Economische Unie heeft het V.K. geen alternatieven meer(p.201).” Na 30 jaar wordt er eindelijk nog eens uit mijn proefschrift geciteerd…
Het Europees Parlement
In 1979 kwam ik weer in contact met Europa en dit naar aanleiding van de eerste rechtstreekse verkiezingen van het Europees parlement. Het was de memorabele campagne van Leo Tindemans (1 miljoen stemmen) waar ik mocht aan deelnemen als eerste opvolger op de EVP-CVP lijst .Het gaf mij de kans mee op tocht te gaan met Tindemans en mede als spreker te fungeren op die tientallen meetings in het Vlaamse land in stampvolle zalen en in de fameuse Europa-tenten met soms 2000 aanwezigen.Nooit heeft iemand zo boeiend en enthousiasmerend gesproken over Europa als Tindemans. Iedereen voelde aan dat Europa voor hem meer was dan een politiek thema:het was een ideaal dat hij poogde mee te geven aan de hele bevolking en vooral aan de jonge generaties.Onvergetelijk.Ook betekende die campagne voor mij ook een politieke en electorale doorbraak .Ik haalde 65.000 voorkeurstemmen en stond hiermee op de vierde plaats na Tindemans, Van Miert en W.Declercq. Op die élan kon ik daarna als CVP-Jongerenvoorzitter de Regering Martens (met het FDF) te lijf gaan en met succes…
Na het overlijden van een CVP-europarlementslid werd ik in augustus 1981 effektief lid van het Europees Parlement. Op 16 feb. 1982 hield ik in Straatsburg mijn maidenspeech over de economische toestand in Europa .Het was juist in de periode van de devaluatie van de BF en de crisis binnen het EMS .In de economische en monetaire commissie van het EP stond ik op de eerste rij om deze evoluties te volgen .Ook de staalpolitiek met Europees Commissaris Davignon was boeiende materie .Het waren ook de jaren van Tatchers’ “I want my money back”. Op insititutioneel vlak was er het Rapport Spinelli over de Europese Unie en de Europese grondwet.
Persoonlijk heb ik me niet kunnen doorzetten in het EP. Ik was er maar 2,5 jaar lid en moest invallen als de legislatuur reeds halfweg was .Ook waren de materies zeer technisch en is het moeilijk om politiek te scoren zeker in een grote fractie als de EVP waar de woordvoerders van de CDU en DC niet veel ruimte gaven.
Toch kijk ik er op terug als een bijzonder boeiende ervaring voor een jonge politicus. Een kater hield ik wel over aan de lijstvorming bij de Europese verkiezingen in 1984.Als “straf” voor mijn stoute opstelling als CVP-Jongerenvoorzitter en als standeloze werd ik naar de vijfde plaats (en stijdplaats) verwezen .Ik voerde met de steun van de CVP-Jongeren een formidabele campagne, haalde met 85.000 stemmen de tweede beste score op de EVP-CVP lijst (de vierde in Vlaanderen) maar werd niet herkozen omdat ik niet meer kon genieten van kopstemmen. Het werd het einde van mijn Europese loopbaan. Eén jaar later werd ik verkozen in de Belgische kamer en begon een ander avontuur. Maar aan mijn engagement voor Europa bewaar ik de beste herinneringen. Daar dacht ik nog eens aan tijdens dit Europees weekend.

zondag 18 maart 2007

Mijnheer Noël

Het is codetaal in de Wetstraat om te zeggen dat men geen belang hecht aan peilingen.Toch weet iedereen dat in partijhoofdkwartieren winst of verlies in opinie-polls wel degelijk invloed heeft op electorale strategieën.
Ik had er “bon” in toen ik vrijdagavond op mijn autoradio hoorde dat Open VLD in de peiling van DS-VRT tot een historisch dieptepunt is gezakt. Nochtans was heel de Slangen-strategie erop gericht om in de peiling van maart VLD opnieuw te zien stijgen naar 20% en CD&V-N-VA te doen terugvallen beneden 30% .Hij hoopte hiermee de perceptie te wekken dat Verhofstadt en Open VLD aan een come-back bezig zijn en het Vlaams kartel op de terugweg.
Slangen werd ingehaald als “schoktrainer” voor een club in de degradatiezone maar na een half jaar heeft F.C. VLD geen enkel punt bijgewonnen, integendeel .De jongste weken zette hij zichzelf zelfs op het terrein als spits om te scoren (in de media), maar het mocht niet baten. In een voetbalclub zou Slangen op staande voet worden ontslagen, maar bij Open VLD is hijzelf ook dienstdoend voorzitter (na de wissel Sterkx-Somers) en moet hij blijven spelen met dezelfde ploeg die al drie jaar niet meer kan scoren.
Het vierde Burgermanifest, moderniteit (versus “back to the fifties”), Open VLD (versus gesloten CD&V), lof van Al Gore en OESO, redder van België (versus separatisten), Verhofstadt bevlogen en ambitieus ( versus Leterme retro, grijs en geen goesting): het brengt blijkbaar allemaal geen aarde aan de dijk. De kloof tussen Open VLD en CD&V-N-VA is nu opgelopen tot 14%.
De Achillespees van Verhofstadt is zijn geloofwaardigheid. Na 8 jaar paars is zijn ballon doorprikt. Een jaar terug schreef ik (naar de woorden van Toon Hermans) in dit dagboek: duif is dood, mijnheer. Met deze duif staat Slangen in zijn hand. Leedvermaak is geen christelijke deugd maar spot met de zelfingenomenheid, bluf en arrogantie van Slangen is dezer dagen ook in de ogen van Vandeurzen en Leterme geen zonde.
CD&V ging niet in op zijn provocaties en bleef rustig zichzelf. De magische 30% blijft binnen bereik. Het was ongetwijfeld een zwart weekend voor mijnheer Noël. De peiling en de show op de Philips-site moesten het keerpunt worden. 16,9% en een nieuwe taks zijn het resultaat. Duif is dood, mijnheer Noël.

zondag 11 maart 2007

Scheiding der geesten (2)

Drie dagen na de RTBF-uitzending “Mais que veulent les flamands?” lanceert Di Rupo “une idée choc: créer des écoles bilingues en Wallonie, en Flandre et à Bruxelles.” Het zou gaan om lagere en middelbare scholen (over een zone van 30 km rondom de taalgrens), die gezamelijk worden beheerd door de Vlaamse en Franse Gemeenschap.
Dat hiervoor de grondwet en heel de taalwetgeving moet worden herzien vindt hij geen probleem.”Le bilinguisme, mon art de vivre.”Vreemd voor een partij die José Happart nog steeds vooruitschuift als voorzitter van het Waals Parlement.
Zijn voorstellen gaan ook regelrecht in tegen de maatregelen van Frank Vandenbroucke, die vraagt dat Nederlandstalige lagere scholen alleen kinderen mogen inschrijven als die minstens één jaar naar een Nederlandstalige kleuterschool zijn geweest .Ook wordt aan de ouders gevraagd een cursus Nederlands te volgen. Volgens Vandenbroucke riskeert meertalig onderwijs voor vele kansarme kinderen “zerotaligheid” te worden omdat vele ouders in die groep noch Nederlands noch Frans spreken.
Met zijn voorstellen bewijst Di Rupo dat hij helemaal niets begrepen heeft van de maatschappelijke ontwikkelingen op het terrein .Als er tweetalige scholen in de Vlaamse rand en Brussel komen zullen de Vlamingen hun kinderen(omwille van de kwaliteit) blijven sturen naar eentalig Vlaamse scholen en de zgn.tweetalige scholen zullen worden bevolkt door franstaligen en vooral door kinderen van buitenlandse origine. Dat proces is trouwens nu al bezig in de Vlaamse Rand en Brussel waar Vlamingen hun kinderen uit scholen terugtrekken waar ze een minderheid dreigen te vormen.Het verklaart de teloorgang van scholen zoals het Heilig Hart-college in Koekelberg.
Onder de mom van bilinguisme wil Di Rupo de Franse Gemeenschap zeggingschap geven in de Vlaamse rand .Het gaat om de zoveelste poging om de faciliteiten uit te breiden. Het past in zijn plannen om de grenzen van Brussel te verleggen en enkele faciliteiten gemeenten in te lijven. Wat belet de franstaligen om in hun scholen in Brussel en Wallonië de kennis van het Nederlands te stimuleren?
Het is allemaal zo doorzichtig .Het heeft niets te maken met pacificatie integendeel. Hij weet dat Vlaanderen dit voorstel zal afwijzen maar hoopt hiermee in Franstalig België over te komen als de man van goede wil die alles doet om België in stand te houden. Ondertussen steekt hij met zijn voorstel voor tweetalige scholen een vlam aan die elke communautaire dialoog onmogelijk maakt.Of gaan we de taalwetten van 1963 herzien en de staatshervormingen van 1970 tot 1988 nog eens overdoen? Veel succes aan de Vlaamse partijen die hierover aan tafel willen zitten!
Zaterdag las ik in De Tijd ook een statement van Di Rupo dat Wallonië het in 2006 inzake jobcreatie beter doet dan Vlaanderen. Het Marshall-plan werpt zijn vruchten af. Volgens de Waalse minister-president is een regionalisering van de arbeidsmarkt totaal in strijd met de internationalisering van de economie en zijn de Vlamingen hier weer op een totaal verkeerd spoor. Dat de kloof in werkzaamheidgraad (64,9 % VL.  t.o.v. 56,4%  W. ) volgens de(federale)  Hoge Raad voor de werkgelegenheid vorig jaar verder is opgelopen tot 8,5 % en de zgn. jobcreatie in het Zuiden in hoge mate te maken heeft met door de overheid gesubsidieerde gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening wordt er niet bijgezegd.
Le Soir spreekt van “une pavé dans la campagne électorale” .De PS-machine draait op volle toeren. RTBF doet er gewillig aan mee. Als Vlaamse politici dit doorzien en hier niet willen in meespelen zijn ze de “hatelijken”. Als Di Rupo op deze basis de verkiezingen wint, zal de vreugde na 10 juni van korte duur zijn. Di Rupo en de RTBF geven de indruk dat ze Vlaanderen beter kennen dan de Vlamingen. De ontnuchtering zal groot zijn .De kloof tussen Noord en Zuid groeit met de dag .
In mijn laatste Dagboek had ik het over scheiding der geesten. Ik voeg er vandaag een nieuw hoofdstuk aan toe: scheiding der geesten (2). Het wordt een vervolgverhaal tot 10 juni en zeker daarna.

donderdag 8 maart 2007

Scheiding der geesten

Woensdagavond nam ik in het stadhuis van Gent deel aan een debat op de RTBF “Que veulent les Flamands?” Het werd een vervolgverhaal op de docu-fictie “Bye bye Belgium” van 13 december jl.
De RTBF wilde dit keer een meer gefundeerd en minder sloganesk beeld brengen van “La Flandre”.  De uitzending werd opnieuw een karikatuur waarin de Vlaamse cultuur werd herleid tot K3 en Eddy Wally en de Vlaamse standpunten voor meer autonomie voor de regio’s werden afgedaan als uitingen van egoïsme, het doorbreken van de solidariteit en een terugplooien op zichzelf.  Alle clichés over het separatistische Vlaanderen kregen hun bevestiging.
Eens te meer bleek hoezeer de Vlaamse en Franstalige gemeenschappen uit mekaar zijn gegroeid.  De kloof wordt beangstigend.  Discussies over de regionalisering van de arbeidsmarkt en de gezondheidszorg en over het taalgebruik in Brussel en de rand zijn dovemansgesprekken waarbij de uitgangspunten en finaliteit totaal uit mekaar lopen.De Vlaamse politici kregen van de RTBF niet eens de kans om aan de Walen duidelijk te maken waarom bepaalde standpunten worden ingenomen.
Het is duidelijk dat achter de RTBF-uitzendingen een politieke strategie zit.  De Walen worden bang gemaakt dat Vlaanderen hen wil loslaten.  Di Rupo herhaalde in het Waalse Parlement opnieuw zijn non aan elke wijziging aan de institutionele structuren van dit land.  De RTBF-journaliste Johanne Montay wierp me in de uitzending voor de voeten dat met een regionalisering van de gezondheidszorg aan de Waalse werkloze het recht zou worden ontzegd op een betaalbare gezondheidszorg.  Di Rupo hoopt met dergelijke beeldvorming over Vlaanderen in Wallonië over te komen als de ultieme verdediger van zijn volk t.o.v. het “onbarmhartige” Vlaanderen.  Dat in Wallonië 18,4% van de bevolking werkloos is (in Vlaanderen 7,2%), de werkzaamheidsgraad er 55,2% bedraagt (tegen 64,9% in Vlaanderen) en bij 3% groei in België de werkloosheid in Wallonië niet afnam (t.o.v. een daling met 40.000 in Vlaanderen)  mocht in de uitzending niet aan bod komen.  De schuld van de eigen mislukking wordt afgewenteld op Vlaanderen.
Het feit dat de Vlaamse politici verkozen in het stadhuis van Gent Nederlands te spreken was in Le Soir het grote nieuwsfeit van de avond.  Het werd weer geïnterpreteerd als een uiting van taalextremisme en werd geduid als “un manque de politesse”.Ik voerde ooit debatten met Happart in het frans op de franstalige radio en televisie.Het ging er niet om dat ik geen frans kan of wil spreken.Maar in Gent in het zicht van de camera’s onder mekaar in de clinch gaan in het frans over Vlaamse standpunten-wat hun bedoeling was- daar beslisten we spontaan niet aan mee te doen.We zijn geen naïevelingen.Dat ik nu opnieuw” la bête noire ” ben van de francofonie kan me niet schelen.Rendez-vous binnen enkele maanden over BHV!
Als de RTBF in de Pacificatiezaal van Gent de dialoog wou herstellen bereikte ze net het omgekeerde.  Met de dag neemt de scheiding der geesten toe.  Hoe dit gaat eindigen weet ik niet, maar de kans op een totale blokkering na 10 juni is haast onvermijdelijk.
In Terzake zei ik dat ik hier “bang” voor was.  Het leverde me een aantal mails van Vlamingen op die me verweten: “bang voor wat?” Voor “Bye bye Belgium”? 

maandag 5 maart 2007

J’aime la vie

Dit weekend was voor mij een feestweekend.
Vrijdagavond was ik in Nossegem op de viering van één van de 1298 honderdjarigen.  Valère Vandeputte (met strikje) zag er stralend uit.  Hij is de gewezen directeur van de Regie der Luchtwegen en vertelde ons spraakvaardig en met een fenomenaal geheugen anekdotes uit zijn rijk gevuld leven.  Zijn naaste buurvrouw is wonderwel Sandra Kim.  Niet voor niets zongen we voor de eeuweling: “J’aime la vie”.
Zaterdag trouwde mijn nichtje Laura met Steve.  Bij de huwelijksviering in de kerk van Alsemberg sprak deken Lefebvre wijze woorden.  In een relatie moet je steeds denken aan het klavertje vier: geven, toegeven, vergeven, nooit opgeven.  En Herman voegde er een citaat aan toe van Antoine De Saint-Exupéry: “Aimer ce n’est pas nous regarder l’un l’autre, mais regarder ensemble dans la même direction ”.
’s Avonds volgde een schitterend feest in Thurn & Taxis. De bruid en bruidegom en hun ouders straalden.  “J’aime la vie”.
Zondagnamiddag vierde de Jeugdmuziekschool Sterrebeek haar 40-jarig bestaan.  Heidi speelde op de piano samen met Laura “It’s a small world” en met Silke en Dorien in samenspel “De kleine prins”.  Ze deed het samen met haar vriendinnen uitstekend.  Het feest werd besloten op de tonen van Do re mi (The sound of music).  “J’aime la vie”.
De enige die dit weekend de sfeer bij de Van Rompuy’s poogde te verpesten was Noël Slangen.  Zijn optreden wordt steeds politieker, inhoudlozer en persoonlijker.  Hij ziet in Leterme , Herman Van Rompuy en Wouter Beke een terugkeer naar de fifties.  Hijzelf heeft heimwee naar de laatste Vlaams-socialistische premier uit de jaren ’50: Achilles Van Acker.  Achilles charbon.  De man van de historische woorden “j’agis puis je réflechis”.  Deze vrijzinnige socialist slaagde erin met de wet Collard gans katholiek Vlaanderen te mobiliseren voor een schoolstrijd die de CVP in 1958 een (bijna) absolute meerderheid opleverde en voor veertig jaar aan de macht bracht.  Vandaag wil Verhofstadt ook “de tsjeven een poepje laten ruiken”.  Verhofstadt-Van Acker één front! Is dat het niveau van het intellectueel debat van de Open VLD?  De restauratie waar Slangen aan werkt is die van paars en Verhofstadt.  Herman zei me deze morgen dat hij er een “stukje” zou over maken in zijn dag-voor-dag (http://www.hermanvanrompuy.be ) . Het belooft want Herman is in vorm dezer dagen.  Hij heeft er “goesting” in.  Nu zijn kinderen beginnen te trouwen beleeft hij zijn tweede jeugd. 
De “verzuurde” reactie van Slangen en Verhofstadt konden de sfeer van dit weekend niet bederven:  “J’aime la vie”.