maandag 30 oktober 2006

Allerheiligen

Twee jaar geleden in november 2004 overleden onze lieve ouders.Op hun grafzerk staat geschreven:Victor Van Rompuy @ Germaine Geens
Samen leven
Samen oud worden
Samen in alles
Samen voor altijd.
Op het kerkhof van Sint-Stevens-Woluwe scheen vandaag een felle najaarszon.Het gaf de bloemen op de graven een felle kleur.Droefheid maakt plaats voor verbondenheid.De pijn van het afscheid blijft maar met de tijd groeit de dankbaarheid en een onsterfelijk heimwee naar de tijd toen we allen nog samen waren.Ooit zien we mekaar terug.Dat is voor mij de betekenis van Allerheiligen en Allerzielen.

woensdag 25 oktober 2006

Leuvense economen

Ik was gisteren aan de K.U.Leuven op de emeritaatviering van prof. Wim Moesen en prof. Paul Van Rompuy (geen familie) .  Vooraf had een colloquium plaats “35 jaar publieke financiën in België”. 
Mijn vader Vic Van Rompuy volgde in het begin van de jaren zeventig Gaston Eyskens op als professor Openbare Financiën aan de K.U.Leuven.  Op zijn emeritaatviering in november 1988 hield hij een college over “Overheidstekort, overheidsschuld en economische welvaart.  Toepassing op België 1947-1988”.  Wim Moesen en Paul Van Rompuy traden als jonge academici in het voetspoor van mijn vader en groeiden uit tot grote autoriteiten inzake publieke financiën.  Hun afscheid was voor mij ook een stuk terugdenken aan het levenswerk van mijn vader. 
De toespraken op de emeritaatviering waren bijzonder leerrijk en actueel.  Wim Moesen had het over “de kwaliteit van de instellingen en economische welvaart:  over deugdelijk en ander bestuur.” Moesen is geen klassieke markteconoom (zoals P. De Grauwe) maar vindt instituties belangrijk.  Een welvaartsniveau wordt niet enkel bepaald door de inzet van kapitaal en arbeid maar ook door de wijze waarop de overheid functioneert.  Het falen op dit vlak verklaart volgens Moesen (meer dan de hoogte van de loonkosten) het competiteitsverlies van België in de internationale context.  De jongste affaires in Wallonië tonen aan dat het Wallonië niet mangelt aan voldoende kapitaal en arbeidskwaliteit maar aan deugdelijk bestuur en kwaliteit van de instellingen.
De jonge generatie economen besteedt onvoldoende aandacht aan de institutionele context waarin een economie functioneert.  De maatschappelijke relevantie van de economische wetenschap dreigt hierdoor verloren te gaan.  Wijlen prof. J.K. Galbraith (de vader van het institutionele denken) had hiervoor reeds gewaarschuwd.
Het was ook een thema waarop prof. Paul Van Rompuy inging “Leuvense economen tussen theorie en beleid”.  De Leuvense economen hadden in de jaren ’60 tot ’90 een grote traditie van beleidsgericht onderzoek en de Leuvense economische standpunten over overheidsfinanciën, economisch federalisme, inflatie en werkgelegenheid waren gezaghebbend tot in de politiek en de media.  Paul Van Rompuy werd voorzitter van de Hoge Raad voor Financiën en lag mede aan de basis van het ontwerpen van de budgettaire normen als richtnorm voor meer budgettaire orthodoxie en monetaire stabiliteit (zgn. Maastrichtnormen).  Hij is ook de eerste auteur van de studie over de regionale herverdelings- en financieringsstromen tussen Vlaanderen en Wallonië. (de zgn. transfers).  Wetenschap en universiteit zijn geen doel op zich.  Ze moeten ten dienste staan van de samenleving.  Dat was de boodschap van Gaston Eyskens bij de stichting van het Centrum van Economische Studiën in 1956.
Vlaanderen staat nu op enkele maanden van een grote nieuwe staatshervorming.  In de jaren tachtig konden de Vlaamse onderhandelaars zoals J.L. Dehaene, H. Van Rompuy en H. Schiltz terugvallen op studiewerk verricht aan de K.U.Leuven door professoren als Paul Van Rompuy, Dirk Heremans, Vic Van Rompuy, Theo Peeters en Wim Moesen.  Sinds 15 jaar is hierover evenwel vrijwel niets meer gepubliceerd terwijl de politieke wereld de jongste maanden het economisch federalisme en de fiscale en financiële autonomie van de deelstaten weer hoog op de agenda plaatst.  Als voorzitter van de werkgroep Financiële en Fiscale autonomie in het kader van de stuurgroepen Staatshervorming van CD&V-N-VA moeten we terugvallen op publicaties van de jaren ’80 om nog een theoretische en wetenschappelijke onderbouw te vinden.  Het Warandemanifest is onbruikbaar omdat het zich beperkt tot een beschrijving van de transfers en als oplossing het separatisme voorstelt.  Hoe de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg, het inkomensbeleid, de vennootschapsbelasting kunnen worden overgeheveld naar de deelstaten in een context van fiscale autonomie binnen het Belgisch kader is een bijzonder complexe en ingewikkelde operatie.  Deze zal in nachtelijke kasteeltochten niet tot meer kwaliteit van het bestuur leiden als hier geen grondige voorbereiding aan voorafgaat. 
Waar blijven de jonge economen in Vlaanderen om met hun wetenschappelijke expertise de Vlaamse autonomie een nieuwe impuls te geven?  Deze bedenkingen gingen gisteren door mijn hoofd. 
Voor mij is het ook al 30 jaar geleden dat ik aan de K.U.Leuven mijn doctoraat behaalde met een proefschrift over de “Europese Monetaire Unie”.  De vorming die ik kreeg als Leuvens econoom heeft mede de inhoud van mijn politieke loopbaan bepaald.  Volgend jaar wil ik er dan ook bijzijn als over een New Deal voor België wordt onderhandeld.  Ik herlas de jongste maanden de Leuvense economische standpunten van 1978 tot 1986 en het boek van mijn vader Vic Van Rompuy met Els Heylen “Openbare Financiën van federale landen.  Lessen voor België.”  Het blijft brandend actueel.

zondag 22 oktober 2006

Alles komt terug

Noël Slangen wordt “strategisch manager” van de VLD. Hij gaat (naar verluidt) aan de slag als communicatiestrateeg maar zal zich bezighouden met de organisatie en inhoudelijke standpunten van de VLD. Volgens het persbericht behoort hij voortaan tot de VLD-top en zal hij onder voorzitter Bart Somers opereren.
De aanstelling van Slangen past in de “paars is terug”-strategie die sinds 8 oktober systematisch wordt opgebouwd. Yves Leterme mocht maandag met zijn boek nog even onder de spotlights in het Paleis der Academiën maar sinds dinsdag is Verhofstadt “back in town”. Met dezelfde zelfingenomenheid en verbale agressiviteit als in zijn beste paarse jaren wuifde hij elke kritiek weg. Met deze blufhouding in de beste Slangenstijl probeert hij media en oppositie te overklassen. Of zijn strategie dit keer langer dan een paar weken zal standhouden, valt te betwijfelen.
De Vlaamse topeconomen (zoals Vuchelen, Moesen en De Grauwe) en begrotingsspecialisten van de banken (Petercam en KBC) zijn vernietigend over het begrotingswerk van de federale regering. De volgende weken zal blijken dat de eenmalige maatregelen (zoals de overname van pensioenfondsen, de verkoop van gebouwen, de verkoop van achterstallige belastingsschulden) een zwaar structureel tekort moeten verbergen. Maatregelen zoals de verpakkingsheffing zullen (zoals destijds met de ecotaks) een verkiezingsjaar nooit doorstaan.
Freya Van den Bossche erkent nu publiekelijk dat de FOD Financiën een puinhoop is en vraagt om een crisismanager. In andere landen zou een dergelijke uitspraak aanleiding geven tot een forse rel. Als de minister van Begroting publiek zijn wantrouwen uit in de capaciteit van de overheid om correct de belastingen te innen, welk vertrouwen moet de bevolking nog hebben in een Staat waaraan ze de helft van haar inkomen moet afstaan?
Wellicht wordt het weer een storm in een glas water zoals met de huurcommissies. Stof voor persoonlijke profilering en weekendinterviews.
Slangen was de vader van de opendebatcultuur en de beloftecultuur. Een nuchter bilan over cijfers (zoals 60% werkzaamheidgraad in België, 45,4% fiscale en parafiscale druk, 1,5% structureel begrotingstekort) moest worden ontweken door het formuleren van nieuwe doelstellingen. Dat wordt dan “bevlogenheid en ambitie” genoemd.
In 2004 heeft de Slagenstrategie niet meer gewerkt. De leugens van de modelstaat waren doorprikt en het nuchtere, zakelijke imago van Leterme maakten Verhofstadt’s blufretoriek totaal ongeloofwaardig.
Slangen verklaarde toen dat het zijn laatste campagne was voor de VLD. Ook hier wordt geen woord gehouden. Verhofstadt en Slangen willen in 2007 een remake van de paarse campagne met als boodschap: geen ommekeer naar de vroegere tijden van de CVP. Kies absoluut voor de moderniteit. Leterme is een retro zonder project en ambitie. Bovendien willen CD&V-N-VA het einde van België en het land verlammen door een communautaire clash.
Verhofstadt zal worden geprofileerd als de bruggenbouwer en de verzoener. Slangen was vroeger de heraut van de vernieuwing, nu wordt het sleutelwoord: stabiliteit en continuïteit.
Dat Dedecker uit de VLD werd gezet vond ik slecht nieuws voor CD&V. Dat Slangen opnieuw wordt binnengehaald vind ik goed nieuws. Zijn strategie (opendebatcultuur, beloftecultuur, overloperij, België modelstaat, het negeren van communautaire thema’s) heeft de VLD te gronde gericht en zijn remake zal vlug worden doorprikt. Stevaert slaagde er in 2004 met de sp.a niet in zijn Vlaanderen vakantieland-campagne over te doen.
Het is een publiek geheim dat Slangen Leterme en CD&V haat en met Verhofstadt alle pijlen zal richten op Leterme en de christendemocraten. Slangen kent onze zwakke punten. Maar ook wij hebben nu al door hoe Slangen ons zal willen aanpakken en Yves Leterme is geen Stefaan de Clerck. Trouwens de verkiezingsuitslag wordt meestal niet bepaald door de strategieën in de war rooms van politieke partijen. De bevolking heeft nu aan den lijve kunnen ondervinden wat 8 jaar paars betekent. En aan dat oordeel zullen communicatiestrategen niet veel kunnen veranderen.

dinsdag 17 oktober 2006

Doorgaan Yves

Na de presentatie van het boek “Leterme uitgedaagd” op het Paleis der Academiën, twijfelt niemand er nog aan: Leterme zal het boegbeeld zijn van CD&V bij de volgende federale verkiezingen.  Hoewel de beslissing formeel slechts valt in februari 2007 is er geen weg meer terug.  Ook staat nu zwart op wit dat CD&V niet toetreedt tot een federale regering zonder staatshervorming.  Volgens Leterme is de status-quo onhoudbaar en schetst hij duidelijk welke richting de nieuwe staatshervorming moet uitgaan.  Hierbij ligt de nadruk op het overhevelen van de sociaal-economische hefbomen naar de deelstaten.
Zaterdag op de voorstelling van het boek “De Mannen achter Merckx” zei één van de renners dat als iedereen aan een plafond van 50 km per uur reed Merckx nog 3 à 4 km kon versnellen.  Sinds Leterme in het voorjaar van 2004 zijn demarage plaatste met het kartel CD&V-N-VA zijn de anderen op achtervolgen aangewezen.  Hij is steeds een slag voor en rijdt ongrijpbaar aan de kop.  Paars bleek onmachtig om de achtervolging te organiseren.  Interne ruzies verlamden de VLD en ook na het vertrek van Stevaert vond de sp.a niet de juiste pedaalslag.  Maar de koers is nog lang en zoals in de moderne wielersport is het moeilijk om alleen vooruit te blijven.  Het buitengooien van Dedecker kan de eenheid bij de VLD herstellen en de sp.a heeft bij de gemeenteraadsverkiezingen bewezen dat ze in de weken van de campagne plots met een hogere versnelling kunnen rijden.
De weg naar 2007 is nog lang.  Voor CD&V is mede de vraag: wat is de taak van de Mannen (en Vrouwen) achter Leterme.  Afstoppen? De anderen (paars) in de wielen rijden? Volgens Leterme zal dit niet volstaan.  Leterme roept CD&V op duidelijker stelling te nemen in de grote sociaal-economische dossiers.  Dat is inderdaad de opdracht van de volgende maanden maar ook hier moet men niet naïef zijn.  Prof. De Grauwe schrijft vandaag in De Tijd dat de volgende regering ofwel fors zal moeten snoeien in de uitgaven of de belastingen verhogen.  Moet CD&V na 8 jaar paars met zo’n boodschap naar de kiezer? Merkel en de CDU hebben ervaren hoe deze thema’s zich in een verkiezingscampagne tegen de boodschapper kunnen keren.  Verhofstadt en Vande Lanotte zitten hier op te wachten.
Het wordt nog een boeiende koers de volgende maanden maar wie het boek over Merckx leest weet dat hij nooit op zijn spurt rekende.  Met Verhofstadt en Vande Lanotte in het peloton zou ik het als Leterme ook niet doen.  Moest ik sportdirecteur zijn zou ik zeggen zoals Lomme Driessens: doorgaan al ligt de meet nog op 60 km.   

zondag 15 oktober 2006

De Mannen achter Merckx

Zaterdagmorgen was ik in Westmalle op de voorstelling van het boek “De Mannen van Merckx” van Johny Vansevenant (VRT-radiojournalist) en Patrick Cornillie.
Het is niet het zoveelste Merckx-boek maar een schitterende getuigenis van 22 mannen die met de trui van Faema en Molteni het verhaal van de grote Merckxjaren hebben beleefd naast, voor en na de kopman.
Het werd een gedenkwaardige ochtend. Eddy Merckx werd telefonisch geïnterviewd vanuit Australië maar de mannen van Merckx waren bijna allen present. Vic Van Schil, Jos Huysmans, Jos Spruyt, Martin Van den Bossche,Jos De Schoenmaecker,Roger Swerts: ook na 30 jaar vervullen die renners mij en vele generatiegenoten met een onsterfelijke nostalgie. Ik was 19 toen Merckx zijn eerste Tour won en student in Leuven tijdens zijn gouden jaren. Elk van de 500 unieke foto’s en verhalen plaatsen mij terug in die onvergetelijke jaren zestig en zeventig waar de wielersport meer dan een deel was van onze jeugd en ons leven. Het trof me dat Yves Leterme, Steve Stevaert, Herman Van Rompuy en Dirk Van Mechelen achteraan in de zaal rechtstaand en sprakeloos bijna twee uur hebben geluisterd naar de interviews van de luitenanten van Eddy. Het was opvallend hoe fit ze er uitzien. Alle verhalen over doping ten spijt fietsen de meeste mannen van Merckx nog vlot 300 km per week en blijkbaar niet aan wandeltempo.
Merkwaardig is ook die enorme vriendschapsband met Eddy en hun blijvende bewondering en respect. Je voelt dat die generatie renners een groots avontuur hebben beleefd dat hun leven heeft getekend. Ze zijn fier dat ze erbij waren. Dat er 30 jaar later nog een boek wordt over geschreven wijst erop dat het hier gaat om een stukje geschiedenis van Vlaanderen.
Johny Vansevenant en Patrick Cornillie zijn erin geslaagd van elk van de renners een eigen verhaal te brengen dat ook tekenend is voor jongens van bescheiden afkomst voor wie de wielersport een poort opende van een leven vol avontuur en waardering. Dat ministers fier zijn 30 jaar later met hen nog een gesprek te mogen voeren, is kenmerkend voor hun blijvende uitstraling. De knechten van Merckx werden en zijn vedetten voor het leven.
Persoonlijk heb ik nog een eigen verhaal over de start van de eerste Faemaploeg in 1968. Een plaatselijke jonge beroepsrenner uit Zaventem (Sint-Stevens-Woluwe), Noël Depauw, maakte deel uit van de eerste rode garde van Merckx. Depauw won in 1965 de Omloop Het Volk en Gent-Wevelgem en reed tweemaal de Tour de France in dienst van Rik Van Looy. Hij was als jonge beroepsrenner even talentrijk als zijn generatiegenoten Jos Huysmans en Jos Spruyt. Om allerhande redenen maakte Noël Depauw het niet waar. Hij reed maar 1 jaar voor Merckx. Ik zie hem nog regelmatig maar durfde niet vragen om mee te gaan naar de presentatie van het boek. Het zou hem teveel pijn kunnen doen als hij zou lezen welke schitterende jaren hij heeft gemist. Hij staat nog bij de groepsfoto van Faema in Milaan in 1968 (blz. 8) en samen met Eddy Merckx, Guido Reybroeck en Vic Van Schil in de Reggio di Calabria (april 1968) (blz. 47). Martin Van den Bossche zei me dat Noël het talent had maar niet het karakter. En dat hadden de mannen van Merckx. Ze bewijzen het elke dag want ze zien er allemaal bijzonder gelukkig uit.
Heel het weekend leefde ik in de wielersfeer van de jaren zestig en zeventig. Ik heb het boek verslonden alsof ik een stuk van mijn jeugd beleefde.
Morgen ga ik naar de voorstelling van het boek van Leterme. Le Soir kondigt het boek “Leterme uitgedaagd” aan als “Leterme en route vers la rue de la Loi”. Terwijl in Vlaanderen paars na 8 oktober opnieuw de banden aanhaalt, geraken de franstaligen meer en meer geobsedeerd door Leterme en “le retour du CD&V”. Het is alsof het einde van België in het zicht is. Nu ze denken dat het Vlaams Belang verslagen is, nemen ze CD&V-N-VA en Leterme in het vizier. Het Vlaamse kartel als externe vijand moet zorgen voor een nieuw elan voor Di Rupo en zijn ambities voor de 16.
Alles is dezer dagen zo vluchtig in de politiek. Wie spreekt er binnen 6 maanden nog over De Decker? En de kameraadschap in de politiek? Zal Johny Vansevenant binnen enkele jaren een gelijkaardig boek kunnen schrijven over de Mannen achter Martens, Dehaene, Verhofstadt? Ik denk het niet.Memoires van politici gaan vaak alleen over zichzelf.Hun zgn.vrienden waren later vaak hun grote tegenstanders.

Patrick Cornillie en Johny Vansevenant, De Mannen achter Merckx, de Eecloonaar, 38 euro
E-mail: info@eecloonaar.be
Internet: http://www.eecloonaar.be