woensdag 31 mei 2006

Alternance

Juni 2005 was de gloriemaand van Elio Di Rupo.  Hij had met succes de Vlaamse aanval op BHV afgewezen en pronkte met de inhaalbeweging van de Waalse economie.  Ook in de Vlaamse pers kreeg hij uitvoerig lof voor zijn “nouveau PS”.  De weg naar de Wetstraat 16 lag open.  Iedereen speculeerde op de val van Verhofstadt in het najaar en na verkiezingen een rood-roomse regering met Di Rupo als premier.

Op één jaar tijd zijn alle kaarten door elkaar geschud.  Na het vernietigend rapport van Franstalige academici over de Waalse economie moest Di Rupo erkennen dat het Waals PS-beleid had gefaald en er een Marshall-plan nodig was om het economisch tij te doen keren.  De affaires in Charleroi brachten het ontslag mee van Van Cauwenberghe en wezen erop dat “le nouveau PS” enkel façade was.  Elke dag opnieuw komen er nieuwe wanpraktijken aan het licht die als een domino het PS-bouwwerk in mekaar doen zakken.  Niemand betwist de persoonlijke integriteit van Di Rupo maar zijn machtsbasis is gebaseerd op wat mijn broer Herman op zijn website (29 mei jl.) noemt: “er heerst een Sovjet-systeem, een eenpartijstaat onder het motto Rood of geen brood”.  Het feit dat hijzelf de functie van partijvoorzitter moet combineren met Waals ministerpresident wijst op een cumulatie van macht die ongezond is voor democratische structuren.  Nu Waalse magistraten zich in de Franstalige media moeten verdedigen tegen beschuldigingen van Van Gompel en Van Cauwenberghe over partijdigheid van het gerecht, is Di Rupo onmachtig om op te treden.  Nochtans bestaat voor insinuaties van deze PS-baronnen over de grond van de rechtstaat maar één sanctie: de rode kaart. 

Om de aandacht van de schandalen af te leiden is Di Rupo ook plots communautair agressiever geworden (“contre le dumping social et fiscal”).  Hij realiseert zich ook steeds meer dat voor CD&V in 2007 de overheveling van de sociaal-economische hefbomen naar de deelstaten als onderdeel van een nieuwe staatshervorming een basisvoorwaarde vormt van een toetreding tot een nieuwe federale regering.

Sinds de groeiende populariteit van Leterme en het succes van het kartel CD&V- N-VA in de peilingen als bedreigend overkomt voor de premierambities van Di Rupo, is de liefde voor CD&V over.  Dit alles verklaart waarom Di Rupo vorige week verklaarde dat als liberalen en socialisten in de Vlaamse taalgroep van het federale parlement nog een meerderheid hebben een verlenging van paars zeker tot de mogelijkheden behoort.
Ook Vande Lanotte laat nu al uitschijnen dat voor hem een nieuwe staatshervorming niet meteen hoog op zijn agenda staat.  Hij zit hiermee op de lijn van Di Rupo.
 
Di Rupo heeft kunnen ervaren dat één jaar een lange tijd is in de politiek.  Zal hij de storm van 2006 overleven?  In een moderne democratie gaat de slijtage van de macht sneller dan vroeger zeker als aan de grondvesten van politieke partijen wordt geraakt.  Het dramatisch sociaal-economisch bilan in Wallonië met een werkloosheid van bijna 20% en het manifest corrupte bestuur in de steden hebben de PS-staat, meer dan Agusta of Uniop, ontmaskerd.  Ik lees in de pers dat dit de electorale positie van de PS nauwelijks zal aantasten maar verkiezingen in andere landen hebben uitgewezen dat als het vertrouwen weg is de kiezers in alle richtingen kunnen vluchten.  De Franstalige media zijn dezer dagen terecht moordend voor de PS.  Dit zal niet zonder electorale gevolgen blijven.  Ik ben ervan overtuigd dat de politieke kaarten in 2007 grondig door elkaar zullen worden geschud zowel in Wallonië als in Vlaanderen en speculaties over nieuwe coalities of premiers er volgend jaar wel eens heel anders zouden kunnen uitzien.  De democratie is gebaseerd op “alternace”.  Ook Wallonië en België zullen hieraan op termijn niet ontsnappen.  Dat heeft de “”eeuwige” CVP ook in Vlaanderen kunnen ervaren.  En achteraf bekeken: het heeft de democratie deugd gedaan.     

maandag 29 mei 2006

Moet het beste nog komen?

Twee krantenartikels vielen mij vandaag op :

- Vlaams Belang wint nog kiezers (Het Laatste Nieuws)
- Het boek van Patrick Janssens “Het beste moet nog komen….” (De Standaard en De Morgen)

Terwijl iedereen zijn mond vol heeft van sereniteit en politieke recuperatie van de drama’s in Brussel en Antwerpen afwijst, is de partijpolitieke polarisatie blijkbaar opnieuw toegenomen.

Uit de analyse van de Stemmenkampioen blijkt dat een flink aantal kiezers het VB de rug toekeert, maar dat verlies werd haast volledig gecompenseerd door de toeloop van nieuwe kiezers voor het VB afkomstig van onbesliste kiezers, CD&V’ers en VLD’ers.  Verhofstadt en De Gucht ruikten hun kans om het VB verbaal de genadeslag toe te brengen maar krijgen hun verklaringen als een boemerang in hun gezicht terug.

Nooit was er zoveel antipolitiek als vandaag.  De bevolking ervaart dagelijks dat het beleid de samenlevingsproblemen niet aankan.  Als in deze context de Burgemeester van Antwerpen komt verklaren dat “het beste moet nog komen…” worden deze gevoelens van onmacht bij grote delen van de bevolking enkel nog aangescherpt.  Een grote marketingoperatie om zich te profileren als de democratische “leider” van Antwerpen komt op het verkeerde moment.  De bevolking in Antwerpen zal zich in haar kiesgedrag niet laten leiden door de moraal van de intenties en goede bedoelingen maar zal oordelen op basis van prestaties.  Hoge werkloosheid, spijbelgedrag en groeiende schoolachterstand bij jonge migranten, verkrotting, achterstandsbuurten, verloederde winkelstraten, verkeerschaos, illegale asielzoekers, criminaliteit.  Dat is de realiteit van elke dag.  Mirakeloplossingen bestaan niet en een gevecht tegen de onomkeerbare diversiteit (zoals het Vlaams Belang predikt) is zonder perspectief.  Maar doen “alsof we goed bezig zijn” verhoogt enkel het onbegrip en de woede bij een steeds grotere groep van de bevolking.

Een clash tussen Janssens en Dewinter kan de SP.A misschien goed uitkomen (vooralsnog blijkt dit evenwel niet uit de peilingen)  maar duwt Vlaanderen steeds meer naar een tweestromenland.  CD&V en VLD moeten er zich voor hoeden dat het Antwerps klimaat zich niet verder doorzet in Vlaanderen.  CD&V blijft als stille kracht in de peilingen (30,7%) nog overeind maar loopt zoals bij de Vlaamse verkiezingen het risico van een sterke terugval (toen zakte CD&V-N-VA in enkele weken terug van 30% naar 26%) als de polarisatie tussen paars en rechts toeneemt.

CD&V-N-VA met haar pleidooi voor een respectvolle en betrouwbare overheid en haar beleidshouding van rechten en plichten is maatschappelijk de beste houding (zie toespraak van Cathy Berx in het Vlaams Parlement ) maar mist visibiliteit in een geprofileerd debat tussen “wij” en “zij”.
 
De media deden goed werk bij de ontmaskering van het VB maar maken een kapitale fout door te focussen op Patrick Janssens als HET alternatief.  De Vlaamse socialisten dragen in hun jarenlange machtsuitoefening op alle niveaus een verpletterende verantwoordelijkheid in het falend overheidsbeleid t.a.v. de samenlevingsproblemen.  Wie denkt dat het tij kan keren met het schrijven van een boek beseft niet hoe diep de samenlevingsproblemen zijn verkankerd.  De tijd van de perceptie is voorbij.  Steve Stevaert, de peetvader van P. Janssens, had dit vorig jaar goed begrepen.  Het verhaal “van het beste moet nog komen…” was doorprikt. 

Moet er een nieuwe “zwarte” zondag komen om de SP.A te doen inzien dat politieke marketing op de meeste Vlamingen geen vat meer heeft?

woensdag 24 mei 2006

Tussenkomst Cathy Berx over racisme

Mijn collega in het Vlaams Parlement Cathy Berx hield vandaag een zeer goede en boeiende toespraak in het Vlaams Parlement naar aanleiding van het debat over racisme.Ze verlokte hiermee op een uitstekende wijze ons standpunt terzake.

We zijn in shock. Het is goed dat we de zeer pijnlijke gebeurtenissen aangrijpen om ons te bezinnen over de toekomst.

Mohammed Achrak, Patrick Mombaert, Joe Van Holsbeeck, Oulemata Niangadou, Songul Koç, Luna … het zijn intussen – helaas - iconen van zinloos extreem geweld. Niet zelden gepleegd door jongeren.

“De dood van ieder mens verkleint mij, omdat ik betrokken ben bij de mensheid; laat daarom nooit iemand vragen voor wie de klok luidt; zij luidt voor u”… Elke man, elke vrouw, elk kind, iedereen is betrokken.

Onder dit geweld sluimeren fenomenen als steaming, happy slapping: het plegen, filmen en online zetten van geweld. Ter verheerlijking van eigen wandaden. Ter vernedering van slachtoffers.

Dit debat gaat niet over een partij. Ook niet over de kiezers van een partij maar over de samenleving.

Hoe leiden we de complexe multi-etnische oefening in goede banen? Voor die delicate uitdaging staan wij allemaal: de samenleving, de media, de politici…

Langs minstens twee kanten staan mensen die zich diep verongelijkt voelen.

In Antwerpse wijken waar mensen met de meest diverse achtergrond samenleven, broeien frustratie en ergernis: over inbraken en steekpartijen; over intimidaties op bus of tram; over jongeren voor wie zwartrijden een sport is; over vandalisme; spuwen en afpersing; over drugs… Redenen genoeg om de politie te bellen. Van een bestraffing van deze, vaak aan groepscultuur gelinkte, incidenten is amper sprake.

In diezelfde wijken, bij dezelfde mensen vaak, zijn de verbondenheid en solidariteit reëel. Gegrepen door de racistische moord op de perfect geïntegreerde Mohammed en Oulemata, bekommerd om de toekomst van goed ingeburgerde asielzoekers… bekommerd om het lot van alle kinderen.

In het bijzonder bij Marokkaans - en Turks – Vlaamse jongeren sluimert een even diepe frustratie: ze voelen zich “niets”, geviseerd en uitgesloten. Geen toeval dat het aantal zelfmoord(pogingen) onder deze jongeren sterk stijgt. Velen grijpen de geboden kansen wel… Vaak verschillen ze in niets van andere jongeren.

Daarbuiten zijn er, aan elke zijde, extremisten: islamisten die elk contact met westerlingen verwerpen, en een kleine kern pure racisten. Beiden verwerpen ze de grondwaarden van vrijheid, gelijkheid, solidariteit, respect en burgerschap.

Tussen deze extremen liggen zowel onverschilligheid als opbouwend engagement. In Brussel, Gent, Lokeren, Genk, Oostende en zovele andere steden en gemeenten… is dat allicht niet anders.

Is er sprake van een “collectieve schuld”? Ook de voorzitter van dit parlement wekte die indruk toen hij dit debat aankondigde: “Welke maatregelen gaan wij nemen om het toenemend racisme te bestrijden?” Abou Djahjah , die Vlaanderen kennelijk enkel in tijden van crisis de moeite waard vindt, deed hetzelfde: 26 mei moet geen stille mars, maar een mars tegen racisme zijn. Alle Vlamingen zijn immers racist… Dit is een contraproductieve en valse stelling.

Uiteraard collega Somers, elke mens is een individu; elke mens is vrij en draagt een persoonlijke verantwoordelijkheid voor de keuze tussen goed en kwaad. Maar, no man is an island, dichtte John Donne. Christendemocraten zien mensen als een schiereiland: eenieder kleeft vast aan zijn roots, cultuur en traditie. Een probleem rijst wanneer de eigen identiteit de samenleving als geheel bedreigt. Loutere emancipatie van het individu eindigt in agressiviteit als ze niet kadert in respect voor en verbondenheid met de andere.

De verkleuring van onze samenleving is een feit, met risico’s en kansen. Voor ons christendemocraten is er één perspectief: een samenleving waarin de etnisch-culturele achtergrond geen enkele rol speelt voor de kansen en de verantwoordelijkheden… die iemand opneemt.

Dé leerschool voor ruimere solidariteit is de inzet van mensen voor zichzelf, voor elkaar in hun gezin, voor hun vereniging, voo, voor hun werk, hun school, hun zorginstelling…. Immateriële waarden zijn het cement: vriendschap, solidariteit, verantwoordelijkheid, gastvrijheid, burgerzin. Christendemocraten willen bovenal investeren in dit kostbare weefsel.

Uw charterinitiatief, minister-president, waarin de politiek zich engageert om het middenveld extra zuurstof te geven, sluit daar goed bij aan. De overheid kan mensen niet verplichten om elkaar graag te zien. Zij kan enkel het klimaat creëren, zodat mensen en verenigingen de gemeenschap kunnen opbouwen.

Christendemocraten geloven niet in enkele maatregelen met een vingerknipeffect. Investeren in de diepte is onze weg: realisme, gebaseerd op rechten en plichten; een doorleefde basishouding van wederzijds respect; en een alert bestuur. Deze meerderheid moet een investeringsmeerderheid zijn. In hardware, zoals schoolgebouwen en infrastructuur - maar ook in software, de mensen én bovenal het samenleven.

Want zij, mensen en gezinnen, verenigingen en organisaties, handelaars en ondernemers maken Vlaanderen. Wat mensen samen doen, wat mensen samen meemaken, maakt mensen sterk. Waar mensen het voor mekaar opnemen of samen strijd voeren tegen eenzaamheid, daarin mag de overheid niet tussenkomen. De overheid moet dit enkel koesteren, steunen en versterken. Nooit bemoeilijken noch hinderen of door eigen initiatieven overbodig maken. Daarom maakte minister Vervotte de juiste keuze om voluit te gaan voor opvoedingsondersteuning en voor aandacht voor geestelijke gezondheidszorg. En, moeten we ook onze leerkrachten niet verder versterken? Lesgeven in een verkleurende samenleving aan leerlingen, waarvan het gedrag vaak eisend en uitdagend is, is niet vanzelfsprekend!

Dit sociaal kapitaal - dé gangmaker voor welvaart en welzijn - versterkt bovendien het vertrouwen tussen mensen onderling en het vertrouwen in de publieke instellingen.

“Samen-leven” is kansen krijgen en verantwoordelijkheid nemen, een kwestie van rechten en plichten. Deze meerderheid heeft dat zeer goed begrepen: wie hier wettig verblijft, is welkom maar moet zich inburgeren; wie aanspraak wil maken op een sociale woning, moet bereid zijn om Nederlands te leren; wie niet werkt moet een opleiding volgen, solliciteren en de aangeboden job aanvaarden, wiens kinderen spijbelen moet het voelen in zijn portemonnee… Dit staat niet haaks op sociale grondrechten, maar is de voorwaarde voor de correcte uitoefening van deze rechten én waarborgt het noodzakelijk draagvlak voor solidariteit.

Samenleven is ondenkbaar zonder respect voor elkaar en voor elkaars verschillen; respect voor de publieke ruimte: voor straten en pleinen, voor bussen en trams. Wie rotzooi op straat gooit, bezoedelt niet alleen het straatbeeld, maar zit in de portemonnee van alle bewoners die moeten opdraaien voor de opkuis.

Respect betekent ook appèl doen op de eigen verantwoordelijkheid en afstappen van de drang om lage scholing, langdurige werkloosheid, verslaving en criminaliteit te makkelijk toe te schrijven aan sociaal-economische “achterstelling” of etnisch-culturele achtergrond of ongelijkheid van kansen… Zo ontmoedig je mensen om – met de nodige steun - hun leven sterker in eigen handen te nemen. Je geeft hen de boodschap “Niet u, maar de hele wereld buiten u treft schuld”. Je geeft mensen een excuus om zich neer te leggen bij hun situatie van afhankelijkheid en hulp. Je geeft hen een reden om zich af te zetten tegen de “onrechtvaardige samenleving”. In beide gevallen is de prijs hoog. Voor de samenleving, en bovenal voor mensen zelf. Want mensen respecteren is ervoor zorgen dat mensen die verantwoordelijkheid kunnen en moeten dragen.

Overigens, dat niemand zich verschuilt achter een vermeende hogere nood aan respect omdat hij zich anders minder voelt.

Samenleven en aanspreken op verantwoordelijkheid is de ene zijde, veiligheid en zekerheid garanderen is de andere. Veiligheid en zekerheid garanderen, - en dit vergt een federale omweg - is het sluitstuk van alert bestuur: de veiligheid van de mensen is immers een kerntaak van de overheid. Mensen hebben het juiste gevoel dat justitie te traag of zelfs helemaal niet reageert. Berichten over werk- of gevangenisstraffen die niet kunnen worden uitgevoerd; voorstelletjes om zogenaamd kleine criminaliteit niet langer te vervolgen… Dat ondergraaft het veiligheidsgevoel. Mensen begrijpen echt niet langer dat ze een parkeerboete moeten betalen, terwijl honderden dossiers verticaal worden geklasseerd; ze begrijpen niet dat niet of onvoldoende snel wordt opgetreden tegen de overlast en criminaliteit. Net zomin begrijpen mensen dat de integratieplicht uit de nationaliteitswet werd geschrapt, dat de plicht om de taal te leren niet opnieuw wordt ingeschreven, nu een hervorming van de nationaliteitswet op de tafel ligt; ze begrijpen niet dat de gezinshereniging niet sterker aan banden wordt gelegd door een koppeling van het verblijfrecht aan de inburgeringsplicht; velen begrijpen niet dat druggebruik werd gelegaliseerd…

Voorzitter, ministers, collega’s,

De afgelopen dagen is ontzettend veel geschreven en gepraat over racisme. Een racismevrije samenleving is het ideaal en dus ons aller doel. Dat spreekt vanzelf. Zolang we nog niet zover zijn, houden we best op om mensen te demoniseren. Tegen echt racisme daarentegen – mensen als minderwaardig beschouwen en uitsluiten van rechten omdat ze een andere huidskleur hebben of uit “vreemde” ouders geboren zijn, mensen aanzetten tot haat en geweld - tegen echt racisme, moet ferm worden opgetreden. Daartoe moet de antiracismewet correct worden uitgevoerd en toegepast.

Maar, we willen het begrip “racisme” niet zo oprekken dat elke kritiek, elke scheve blik of elke te verantwoorden ongelijke behandeling “racistisch” wordt genoemd. Zo geven we enkel voeding aan de vermeende voorvechters van de vrije meningsuiting. Vermeend, zo toonde collega Steven Vanackere, enkele maanden geleden treffend aan. Laten we ons ook niet aanpraten dat wrevel tussen mensen van verschillende culturen, mensen met verschillende gewoonten en levensstijlen een “monopolie” is van de bange blanke man of bange blanke vrouw. Het voorstel van Chakkar: iedereen is racist tot bewijs van het tegendeel, aanvaarden we niet.

Collega’s afgelopen zaterdag organiseerde “Antwerpen aan het woord” haar vijfde stadsgesprek. Een Tsjetsjeense vrouw getuigde: “Als vreemdeling was ik verrast dat er zoveel vreemdelingen zijn in Antwerpen. Vreemdelingen moeten zich aanpassen. We hebben hier in België alles gevonden. Soms ook minder aangename dingen. Maar we kregen hier onderdak. Bovendien is er meer respect nodig ook tussen vreemdelingen. En we moeten eerlijk zijn. Wie veroorzaakt het meeste nachtlawaai of gooit het vaakst afval op de straat? Meestal zijn het vreemdelingen”, zei de vrouw. “Niet alle vreemdelingen zijn engelen! We moeten allemaal onze houding veranderen”.

Maar stel, mensen aan mijn rechterzijde, stel mijnheer Dewinter, dat u voortaan uitgaat van de onomkeerbare werkelijkheid van diversiteit. Dat u de haat laten varen. Dat u gemeend erkent –in propaganda en in daden - dat het cultiveren van de angst, het stigmatiseren van de “andere”, het tegen mekaar opzetten van mensen, het oproepen tot “oog om oog, tand om tand” tot niets leidt. Tenzij tot uitzichtloosheid. Allicht zetten we dan, in het belang van allen, ook in dat van u mijnheer Dewinter, als politicus en vader, een stap vooruit! Een fundamentele stap voor jullie, een cruciale stap voor Vlaanderen.

Cathy Berx
Vlaams volksvertegenwoordiger CD&V
23 mei 2006

zondag 21 mei 2006

De mi(ni)sters Flater

Karel de Gucht en Bert Anciaux zijn twee getrouwen van dit dagboek. Ik was van plan een tijd over hen te zwijgen maar dit weekend haalden hun uitspraken weer de krantenkoppen. Hierbij viel het eens te meer op: ze leren niets bij.
Na de gebeurtenissen in Antwerpen zat het Vlaams Belang in het defensief. De media wezen duidelijk op hun verantwoordelijkheid en stellingnames als deze van Jef Vermassen zaaiden paniek in hoofde van de leiding van het VB. De Gucht meende weer een stap verder te moeten gaan en haalde uit naar de Belang-kiezers: “wie voor zo’n partij stemt is ook verantwoordelijk voor het racistische klimaat in Vlaanderen en voor wat die partij aanricht in de maatschappij.’ Hiermee schoffeert hij bijna 1 miljoen kiezers en drijft hen opnieuw in de armen van de partijleiding van het VB. Het is de zoveelste tactische blunder van De Gucht. In het verleden reed hij zijn partij al in de vernieling met de interne discussie over het migrantenstemrecht. Zijn pogingen om CD&V en de katholieke zuil in de vernieling te rijden eindigden met een sisser. Zijn links-libertaire opstelling staat haaks op het hernieuwd maatschappelijke pleidooi voor normen en waarden. De Gucht is wellicht een verstandig man maar mist vaak de emotionele intelligentie om met maatschappelijke problemen om te gaan. Politiek is hij een “mister Flater”. De VLD betaalt hiervoor zijn zoveelste (electorale) prijs.
Ook Bert Anciaux zet koppig door. Na de uitschakeling van Kate Ryan verklaart hij: “volgende keer doen we het weer zo”. Dat de VRT de promotour mede financierde vormt geen probleem maar waarom moest Anciaux met belastinggeld uit zijn eigen budget de kniezwengel van Kate op zijn eigen persoontje doen afstralen? Verwijten als de “duurste kus” heeft hijzelf gezocht. Zijn afgang was voorspelbaar. Politici moeten ophouden zich te identificeren met prestaties van zangers en sportlui. Op de duur zoekt de politiek het zelf te worden afgerekend op prestaties waar ze geen enkele vat op heeft.
Anciaux is zijn politieke feeling kwijt en zal de blunders blijven opstapelen. Zoals De Gucht luistert hij naar niemand meer. Bert en Karel, de mi(ni)sters Flater van de Vlaamse politiek. Alleen zijzelf schijnen het niet te beseffen.

donderdag 18 mei 2006

Waar blijft het Vlaams Parlement?

Minister D. Van Mechelen lichtte deze morgen in de commissie Financiën en Begroting van het Vlaams Parlement een aantal Vlaamse begrotingscijfers toe.  Het werd zoals gewoonlijk een triomfbulletin.  Ook in tijden dat de Vlaamse kas leeg was (2003-2004) bracht Van Mechelen steeds de goednieuwsshow.  Wel moesten in 2004 en 2005 voor ongeveer 1 miljard euro eenmalige maatregelen genomen worden om de gestelde begrotingsoverschotten te realiseren.  Hiermee wordt -postfactum- erkend dat onze kritiek vanuit de oppositie terecht was.

Ook nu moet men voorzichtig blijven om het ruime begrotingsoverschot voor 2006 (419 miljoen euro) gunstig te interpreteren.  De opbrengst van de gewestbelastingen (nl. de registratierechten) rijzen de pan uit.  In de begrotingscontrole 2006 zijn ontvangsten uit gewestbelastingen ingeschreven die 335 miljoen euro (+ 8%) hoger liggen dan in de initiële begroting 2006 en maar liefst 436 miljoen (+ 11%) meer dan in de meerjarenbegroting van minder dan één jaar geleden.  Deze hebben te maken met de boom in de immobiliënmarkt en een volume-effect als gevolg van de lagere registratierechten.  De vraag is evenwel of deze een duurzaam karakter hebben.  Als de lange termijnrente fors gaat stijgen zou de hemel wel eens naar beneden kunnen vallen.  Het is derhalve gevaarlijk te spreken van een structurele toename van de beleidsruimte. 

Toch blijft de Vlaamse begroting volgens Van Mechelen op schema om tegen 2009 de schuldpositie van de Vlaamse Gemeenschap tot nul te herleiden.  Ook hier is de realiteit iets genuanceerder.  Het Rekenhof heeft er al een paar keer op gewezen dat de Vlaamse regering een geconsolideerd beeld van de schuld zou moeten presenteren en zich niet zou mogen beperken tot de z.g. directe en indirecte schuld.  In het Jaarverslag van de NBB   wordt de geconsolideerde brutoschuld van gewesten en gemeenschappen vermeld.  Voor Vlaanderen is dat eind 2004 3 362 mln. (inclusief 1 339 mln. van Aquafin).  Op een schriftelijke vraag antwoordde van Mechelen dat geconsolideerde schuld 2 852 mln. was eind 2004.  Het verschil zou o.m. te maken hebben met het niet opnemen van de schuldenlast van het vrij onderwijs.  Van Mechelen zou hier meer klaarheid moeten scheppen.
Het is de taak van het Parlement om kritisch met begrotingscijfers om te gaan.  In de oppositie is er niemand meer die zich ingraaft in de begrotingsmaterie.  Het is geen sexy-onderwerp waarmee men de media haalt maar vanuit democratisch oogpunt blijft het de belangrijkste taak van de volksvertegenwoordiging. 

Ook de economische cijfers vragen een kritische benadering.  De betere conjunctuur mag ons niet blind maken voor de blijvend structurele problemen van de Vlaamse economie.
Volgens een recent rapport van professor Leo Sleuwagen (in opdracht van de Vlaamse overheidsdienst Flanders District of Creativity en de Vlerick school) is Vlaanderen vergeleken met ander topregio’s teruggezakt tot een middenmotor.  De economische groei leidt tot te weinig banen (lage werkzaamheidgraad met 64,5%).  Het aandeel van de hoogtechnologische producten in de uitvoer is te beperkt en de Vlaming heeft te weinig vertrouwen in zijn ondernemingscapaciteiten (risicoafkerig).  Tevens stelt Sleuwagen dat tien grote bedrijven verantwoordelijk zijn voor 74% van alle investeringen in O&O.  Zeven daarvan zijn in buitenlandse handen.  Dat maakt Vlaanderen kwetsbaar.  De basis van de creatieve kenniseconomie in Vlaanderen is te smal.

Deze week was er wel goed nieuws uit de automobielsector.  Na het sluiten van Renault en het fors banenverlies bij Ford Genk vreesde men voor een delocalisatie in deze sector.  De pessimisten kregen hier (voor één keer) ongelijk.  Vlaanderen heeft nog enorme troeven inzake productiviteit, kwaliteit van het personeel en ligging in het hart van een Europese Gemeenschap.  Deze moeten ten volle worden benut.  Wil Vlaanderen bij de topregio’s blijven behoren moeten we ook meer werk maken van het versterken van het arbeidspotentieel dat het groeiende allochtone bevolkingsdeel ons kan bieden.  Een pas verschenen studie wijst erop dat de schoolprestaties van allochtone leerlingen nergens zo slecht zijn als in ons land.  Vlaanderen maakt hierdoor onvoldoende gebruik van de troef die de diversiteit van de bevolking kan bieden.  Het is een positieve uitdaging, maar het beleid speelt hier onvoldoende op in.

De maatschappelijke malaise van de jongste maanden vindt zijn diepe oorzaak in de groeiende kloof tussen de Vlamingen en de migrantengemeenschap op de arbeidsmarkt. De Vlaamse regering staat hier voor haar grootste uidaging.  Het huidig beleid is op dit vlak te fragmentarisch. De jongste voorstellen terzake zijn ontoereikend.  Minister Frank Vandenbroucke maakt mooie analyses maar de daadkracht ontbreekt.  Maatregelen op dit vlak moeten een wezenlijk onderdeel vormen van het nieuwe businessplan voor Vlaanderen.  Wat baat het te focussen op kenniseconomie als de groeiende groep van allochtone jongeren niet meekunnen?  Terecht wordt opgemerkt dat Flanders geen district of creativity zal zijn zolang het geen district of diversity is. 

De uitsluitingsstrategie van het Vlaams Belang is een totaal verkeerd signaal.  Ook economische kringen moeten zich hiervan bewust zijn.  In het Warandemanifest vind ik hiervan niets terug.  De helft van de Vlamingen zijn er niet van overtuigd dat diversiteit van de bevolking de maatschappij sterker kan maken.  Een grote vergissing.

Het Vlaams Parlement zou hier de leiding kunnen nemen van dit groot maatschappelijk project maar verliest zich in een eindeloze reeks van vragen en interpellaties over details.  Niemand weet nog waarmee de Vlaamse volksvertegenwoordiging dezer dagen bezig is. Wie roept een halt aan haar toenemende maatschappelijke irrelevantie?