maandag 15 mei 2006

Zo kan het niet verder

De moord op Joe Van Holsbeek, de razzia van Hans Van Themsche en de vele andere agressies van de jongste weken.  Politici, media, wetenschappers:  elk heeft zijn analyse.  Iedereen is geschokt en roept op tot sereniteit, maar het maatschappelijk systeem is vastgelopen en alle reacties wijzen op machteloosheid.  Het Vlaams Belang oogst wat het heeft gezaaid.  De verantwoordelijke politici van hun kant zijn elke controle verloren over het samenlevingsgebeuren.  Partijpolitieke profilering mist elke geloofwaardigheid.  Een moeder van een jongen van twintig zei me tijdens het weekend dat ze het niet meer kan opbrengen te kijken naar politieke debatten of interviews in kranten van zgn. beleidsverantwoordelijken.  Iedereen geeft de schuld aan de “andere”.

Vlaanderen ontsnapt niet aan het vergiftigd klimaat dat zich ook in Nederland en Frankrijk manifesteert.  Niemand heeft “de” oplossing maar iedereen beseft dat het zo niet verder kan.
Het domste wat men nu kan doen is een debat beginnen over de politieke rol van het Vlaams Belang.  Deze heren vragen niet liever dan opnieuw in een slachtofferrol te worden geduwd.  Ook zij zijn in het defensief.  Velen beseffen dat hun discours de polarisatie alleen verhoogt.  Het valt mij op dat de meesten het geen barst meer kan schelen wie op 8 oktober de verkiezingen wint.  Wel vragen “de” mensen maatschappelijk leiderschap en een beleid dat loskomt van stuurloosheid en partijpolitieke profilering.  Het Vlaams Belang teert op de uitzichtloosheid van een samenleving die aanvoelt dat het zo niet verder kan.  De huidige paarse bewindvoerders hebben elk gezag verloren en geraken niet verder dan verbale verontwaardiging.  De Vlaamse politiek is doodziek maar wil dit niet erkennen.  Ik hou mijn hart vast voor het volgende incident.  Enkele jaren terug werd meewarig gedaan over het verlies van waarden en normen in de samenleving.  “Alles kan en alles mag” was de boodschap.  De leiders van het simplistisch verbond wonnen verkiezingen maar lieten de etter in de samenleving verder uitzaaien.
Wie neemt de leiding van een tegenbeweging?  En wie is nog geloofwaardig?  De bevolking zelf weet het niet meer.  Van politieke pamfletten en debatten op televisie en partijcongressen wordt geen antwoord meer verwacht.  De problemen zijn complex en mirakeloplossingen bestaan niet. Dat iedereen nu zijn verantwoordelijkheid neemt.

vrijdag 12 mei 2006

Mijn week in het Vlaams Parlement

We horen meer van u op uw weblog dan van uw activiteiten in het Vlaams Parlement, krijg ik soms als verwijt toegestuurd. Nochtans doe ik nog altijd mijn werk in het Parlement.

Ik ben promotor Financiën en Begroting van de CD&V-fractie. Dinsdagnamiddag werd in de commissie het regeringsontwerp besproken om vanaf 2007 in Vlaanderen een forfaitaire belastingvermindering door te voeren.
Deze gaat geleidelijk in met 125 euro voor de laagste inkomens in 2007 oplopend tot 200 euro voor alle werkenden in 2009. De kostprijs van deze maatregel zal op kruissnelheid 500 miljoen euro bedragen.
Het is inzake budgettaire kostprijs de belangrijkste maatregel van deze legislatuur. Het viel me weer op hoe zwak de oppositie (Vlaams Belang en Groen) is in dit Vlaams Parlement en hoe bij sommige meerderheidsfracties (SPA en VLD) niemand zich nog echt een begrotingsspecialist kan noemen.
Gelukkig zijn er in onze fractie twee nieuwe parlementsleden, Steven Vanackere en Koen Van den Heuvel, die zich snel in de materie hebben ingewerkt. Samen met mijn goede vriend Erik Matthijs is het een plezier hen te “coachen”.
Persoonlijk zit ik al twintig jaar in de commissie Financiën en Begroting. Ik begon ten tijde van Gaston Geens, Hugo Schiltz, Jos Dupré, Freddy Willockx. Ze leerden mij de stiel. In een Parlement is de kennis van begroting en financiën een enorme troef.
Maar erg veel stielkennis was er deze keer niet nodig om de heer Dereuse, “woordvoerder” van het Vlaams Belang, van repliek te dienen. Het VB stemde trouwens mee met de meerderheid. Het was ooit anders met het “gratis TV-kijken” en de “twee pintjes of pizza’s” in de vorige legislatuur. Sire, er is geen oppositie meer in het Vlaams Parlement.

Woensdag in het plenaire debat over de VRT konden Carl Decaluwé en ik ons nog eens uitleven zoals in onze oppositiejaren. Inzet was het nieuwe VRT-decreet en de positie van Tony Mary. We vroegen resoluut zijn opstappen (zie ook Dagboek van dinsdag).
Het Vlaams Parlement bepaalt de spelregels waarbinnen een openbare omroep moet functioneren. Iemand die zich hierbij niet neerlegt en publiek stelt dat dit nieuwe VRT-decreet “het einde van de openbare omroep” betekent, moet hieruit de passende conclusies trekken.
Wij hebben met de CD&V-fractie in alle duidelijkheid onze mening gezegd. Aan de Vlaamse Regering en de Raad van Bestuur om uit te maken hoe het verder moet met Tony Mary. Als hij op post blijft zijn nieuwe aanvaringen en conflicten voorspelbaar. Als hij niet aan het hoofd stond van een mediabedrijf zouden Regering en de Raad van Bestuur al een einde hebben gemaakt aan deze gênante en onaanvaardbare vertoning.
Nu is men blijkbaar bang dat het ontslag van Mary ,op een moment dat de VRT het uitstekend doet in het kijkgedrag ,verkeerd zou overkomen bij de publieke opinie. Maar vergt goed bestuur niet soms de moed om in te gaan tegen de perceptie?

Woensdagnamiddag vroeg ik tijdens het vragenuurtje aan minister Bourgeois dat hij zou optreden tegen de beslissing van de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) om Belgacom toe te laten Télé Bruxelles uit te zenden in Vlaanderen. Mijn protest (zie Dagboek van maandag) vond gehoor. Bourgeois zei dat ook hij hiertegen geprotesteerd had namens de Vlaamse Regering en gevraagd had aan de leiding van Belgacom om af te zien van deze beslissing. Fier kwam minister Bourgeois op onze vraag antwoorden dat hij met succes was tussengekomen en Belgacom afzag van haar voornemen om Télé Bruxelles op te nemen in haar digitaal basispakket voor Vlaanderen. Ook na BHV blijf ik als mandataris van de Rand alert voor alle bedreigingen voor ons Vlaams karakter.

Donderdag kregen we in Sterrebeek het goede nieuws dat de Raad van State de beslissing heeft geschorst van minister Landuyt om alle opstijgende vliegtuigen zaterdagnamiddag vanaf 15 uur over Sterrebeek en Wezembeek-Oppem te sturen. Deze gemeenten krijgen nu reeds alle vertrekken op zondag (van 6 uur tot 17 uur) en zouden voortaan ook vanaf zaterdagnamiddag geen stille momenten meer kennen tijdens het weekend.
Het is de derde maal dat Landuyt poogt deze weekendconcentratie boven de Vlaamse Oostrand door te voeren. Drie maal is zijn beslissing door de Raad van State teruggewezen en dit op basis van zijn eigen principes van zogenaamde spreiding.

Persoonlijk zet ik mij sterk in voor dit dossier. Het gaat om de levenskwaliteit van vrienden en buren. De opeenvolgende ministers Durant, Anciaux en Landuyt hebben zich met hun plannen volkomen vastgereden. Iedereen is bang dat nieuwe vluchtschema’s weer nieuwe gehinderden met zich zal brengen. De dioxine van de lawaaihinder heeft de sfeer in een hele regio vergiftigd. Landuyt drijft de spot met de rechters en weigert elke dialoog met de actiegroepen. Telkens opnieuw loopt hij met de kop tegen de muur. Dit dossier zal alleen opgelost kunnen worden met een terugkeer naar de situatie van vóór 1999 toen rondom het vliegverkeer in Vlaams-Brabant en Brussel een maatschappelijke consensus bestond.
Nooit is in de Belgische politiek een dossier zo verknoeid als door Durant, Anciaux en Landuyt. Waarom dit niet erkennen en het bord afvegen?

Het weekend dient zich zonnig aan. In Sterrebeek zal men er zaterdagnamiddag nog meer van genieten dan elders. Deze week stroomde weer veel adrenaline door mijn bloed als ik tussenkwam in het Vlaams Parlement. Dat doet deugd.

dinsdag 9 mei 2006

Tony Mary moet opstappen


In december 1995 keurde het Vlaams Parlement het decreet goed dat de openbare omroep een geheel eigen beslissingsstructuur gaf.  Nergens kreeg een gedelegeerd bestuurder in een overheidsbedrijf zo ruime bevoegdheden als bij de VRT.  Het gaf Bert De Graeve zelfs de bijnaam “God de Vader”.  De Graeve kon omgaan met macht.  Hij nam zware beslissingen maar wist op de gepaste manier te functioneren met zijn Raad van Bestuur, de voogdijminister en het Vlaams Parlement.  De VRT werd een voorbeeld van goede corporate governance met een strakke vertrouwensband tussen de verschillende actoren.  Ze legde de basis van de heropstanding van de openbare omroep.

Vandaag staat de werking van de VRT opnieuw ter discussie.  De gedelegeerd bestuurder wordt niet langer “God de Vader” genoemd maar door de voorzitter van de Raad van Bestuur, Guy Peeters, als een “straatvechter” gekapitteld.  Tony Mary is nu reeds twee jaar verwikkeld in oplopende conflicten met zijn Raad van Bestuur, mediaminister Bourgeois en het Vlaams Parlement.  In dossiers als het oprichten van het Sporzakanaal, het voetbalcontract met Belgacom, de digitalisering en het aanstellen van een nieuwe directeur Televisie, zette hij zijn Raad van Bestuur voor schut.  Guy Peeters stelde vorige week dat de sfeer tussen de Raad van Bestuur en de gedelegeerd bestuurder zwaar is vertroebeld: “Tony Mary is bezig van zijn medestanders in de Raad van Bestuur als in de Vlaamse Regering tegenstanders te maken.” 

Wetgeving mag niet geschreven worden in functie van personen, maar het optreden van Mary ligt ongetwijfeld mede aan de basis van het nieuwe VRT-decreet.  Dit bepaalt dat de operationele bevoegdheden ook in de toekomst in handen van het management blijven maar voortaan zal voor strategische beslissingen de Raad van Bestuur niet langer kunnen genegeerd worden.  Sinds 9 maanden is Mary tegen deze decreetaanpassing op het oorlogspad en beschuldigt hij Regering en Parlement openlijk van een partijpolitieke machtsgreep op de publieke omroep.  Hij verwijt politici machtsgeilheid en noemt de Raad van Bestuur zelfs ronduit onbekwaam.  Als het nieuwe decreet er komt voorspelt Mary “het einde van de openbare omroep”.  Met de nieuwe machtsverhoudingen acht hij zich “niet langer in staat de politieke omroep op een efficiënte manier te leiden”. 

Deze uitspraken kunnen niet zonder gevolg blijven.  Woensdag wordt over het nieuwe VRT-decreet gedebatteerd in het Vlaams Parlement.  Over de unanieme goedkeuring bestaat geen twijfel.  De verslaggeving van de besprekingen in de commissie Media is duidelijk.  Van politieke voogdij inzake programmatie, berichtgeving, personeel, contacten met productiehuizen is geen sprake.  De gevraagde garantie dat de operationele bevoegdheden bij het management blijven, staat expliciet in het verslag.  Als Mary de moeite zou doen de parlementaire verslaggeving te lezen zijn al zijn vragen beantwoord.  Het Vlaams Parlement bepaalt de democratische spelregels waarin de openbare omroep functioneert.  Dat was zo in 1995 en nu ook in 2006. Als Mary het hiermee niet eens is, moet hij opstappen.  .  Die moed heeft hij evenwel niet.  Guy Peeters gaat ervan uit dat Mary op post blijft.  Ook de minister van media G. Bourgeois durft geen conclusies te trekken uit het onaanvaardbaar optreden van de gedelegeerd bestuurder.  Nochtans maakt zijn totaal misprijzen voor de politiek hem ongeschikt om een publiek bedrijf te leiden.  De incidenten zullen mekaar opvolgen want Mary voelt zich gesterkt doordat zijn bewuste aanvaringen met de politiek steeds zonder gevolgen blijven.  Hij gebruikt hierbij zijn ontslagpremie (naar verluidt 650.000 euro) als een onvervalst chantagemiddel.  Hij gijzelt hiermee de Vlaamse Regering.  In deze sfeer is een serene onderhandeling over de cruciale beheersovereenkomst onmogelijk.

De figuur Mary schaadt de openbare omroep.  Zijn krediet is opgebruikt en het vertrouwen is weg.  Het is dan ook in het belang van de openbare omroep dat de Regering hieruit de passende conclusie trekt: Mary moet opstappen.  Aan de Mary saga van “God de Vader” tot “straatvechter” moet een einde worden gesteld.

Het Vlaams Parlement heeft in 1995 de decretale basis gelegd voor de heropstanding van de VRT.  Als dit Parlement woensdag a.s. een aanpassing van dit decreet goedkeurt is dit opnieuw in het belang van de omroep.  Wie publiek meent te moeten ingaan tegen de unanieme wil van de decreetgever heeft niet langer zijn plaats aan het hoofd van een publiek bedrijf.  Het gaat hier om respect voor de democratie.

Dit artikel verscheen als opiniebijdrage in De Morgen op 9 mei 2006

maandag 8 mei 2006

Télé Bruxelles en BHV

Télé Bruxelles en BHV

Vorig jaar werd de meimaand gekenmerkt door politieke hoogspanning rondom de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.  De splitsing van BHV moest een einde maken aan de mogelijkheid dat in Halle-Vilvoorde voor de federale parlementsverkiezingen (Kamer en Senaat) kon gestemd worden voor Franstalige Brusselse kandidaten.  De homogeniteit van ons taalgebied en de afbouw van de faciliteiten stonden hierbij centraal.

Groot is dan ook mijn verwondering hoe gelaten van Vlaamse zijde (o.m. minister van media Bourgeois) wordt gereageerd op de beslissing van de Vlaamse Regulator voor de Media (VRP) om Belgacom toe te laten de Franstalige zender Télé Bruxelles via digitale televisie te laten uitzenden in heel Vlaanderen en dus ook in de Vlaamse Rand.

Télé Bruxelles op de kabel in de Vlaamse Rand was een oude eis van het FDF.  Nu digitaal wordt uitgezonden beweert het VRM dat ze Télé Bruxelles niet kunnen tegenhouden omdat ze vallen onder de Europese regelgeving.  Het VRM vergist zich evenwel. 
De richtlijn Televisie zonder grenzen gaat over landelijke omroepen zoals de RAI.  Regionale omroepen vallen niet onder deze Europese wetgeving omdat ze per definitie gebonden zijn aan een territorium.  In Vlaanderen heeft het decreet op de regionale televisie (een parlementair initiatief van mijn hand uit 1991) een monopolie ingevoerd per zendgebied.  Dit is nooit door de Europese Gemeenschap betwist omdat regionale televisie enkel tot doel heeft de lokale gemeenschap te bereiken.
Minister Bourgeois legt zich blijkbaar neer bij de beslissing van het VRM en wil enkel in reciprociteit het Vlaamse TV-Brussel ook toestaan in de Vlaamse Rand.  Beide dossiers staan evenwel los van mekaar.

Télé Bruxelles werkt met subsidies van het Brussels Gewest en de Franse Gemeenschap.  Gaat Vlaanderen toestaan dat media-initiatieven die met de steun van de Franse Gemeenschap worden genomen en louter uitzenden in het Frans op Vlaams grondgebied worden ontwikkeld?  De Franstaligen triomferen want het geeft weer versterking AAN hun droom van “un tout grand Bruxelles”.  Het vormt een nieuwe vorm van faciliteiten op een ogenblik dat we met de omzendbrief Peeters de faciliteiten willen afremmen.  Ook krijgt Télé Bruxelles een bereik tot in Halle en Kampenhout.

Enkele jaren terug heeft Vlaanderen geprotesteerd tegen het verspreiden van het Franstalig informatieblad Carrefour dat ook kan rekenen op (verdoken) subsidies vanuit de Franse Gemeenschap.  Nu wordt zonder protest een toelating gegeven aan Télé Bruxelles met een veel grotere impact dan Carrefour.  De verfransing krijgt hiermee een nieuwe impuls en legitimatie.  Tegen een beslissing van het VRM kan de Vlaamse Regering in beroep gaan bij de Raad van State.  Ik ondervraag hierover hoogdringend minister Bourgeois in het Vlaams Parlement. 
De Europese regelgeving is hier niet van toepassing en het (nationale) Belgacom kreeg ten onrechte een toestemming van de Vlaamse Regulator.  Onbegrijpelijk.

Het Vlaamse mediadecreet voorziet vandaag voor digitale platforms tevens dat regionale zenders alleen in het extra betaalpakket kunnen worden opgenomen tenzij alle regionale zenders ermee instemmen om samen in het basispakket te worden opgenomen.  Zijn de Vlaamse regionale zenders (zoals bv. Het Vlaams Ring-TV of ROB-Leuven) akkoord om samen met Télé Bruxelles in een basispakket te zitten?  Dit is ondenkbaar en de beslissing van het VRM is hiermee dan ook in tegenspraak.  Geert Bourgeois beseft niet dat zijn lakse houding in dit dossier voor grote onrust zorgt bij Vlamingen in de Rand.  Als de Vlaamse Regering niet naar de Raad van State trekt tegen deze beslissing zullen wij als belanghebbende inwoners van de Vlaamse Rand zelf hiertoe het initiatief nemen.  Want hoe ongeloofwaardig is een actie voor de splitsing van BHV nog als we op hetzelfde moment “het paard van Troye”, Télé Bruxelles, in Vlaams Brabant binnenhalen dat totaal gedomineerd wordt door Franstalige politici van PS, MR en FDF?  Wie gaat beletten dat de Franstalige lijsten UF hiermee propaganda voeren bij de komende gemeenteraadsverkiezingen en landelijke verkiezingen?

De Vlaamse Regering tekende na de splitsing van BHV een actieplan uit voor de Vlaamse Rand.  Als ze er niet in lukt dit media-initiatief tegen te houden zitten de Franstaligen terug in het offensief.  En welke betekenis heeft een verkiezingsboycot door de Burgemeesters dan nog in 2007?
Wat zijn wij als Vlamingen toch zwakke strategen!

woensdag 3 mei 2006

Sturm und Drang

Het opiniestuk van Jong-CD&V “Zijn jullie Franstalige jongeren het ook beu? (zie mijn Dagboek van gisteren 2 mei) kreeg heel wat reacties.  De Franstalige jongerenorganisaties van
CDH, MR en PS reageerden furieus over zoveel jonge “Vlaamse arrogantie”.  Ze noemden jong-CD&V “betweterig, hautain en nationalistisch”.  Zelfs Elio Di Rupo vond het nodig gepikeerd te reageren.  Van Vlaamse kant kreeg Jong-CD&V evenmin applaus.  Jong Links (Animo) spreekt van stemmingmakerij en vindt het standpunt populistisch.  Ze willen zelfs meer solidariteit met de Walen en gaan de band met de Mouvement des jeunes socialistes aanhalen.

Ik ben blij met dit debat.  Niet alleen omdat eindelijk de stem van de jongeren over de toekomst van België wordt gehoord.  Ook omdat de politieke jongerenorganisaties opnieuw van zich laten horen.  Het is op dit vlak de jongste jaren erg stil geworden.  Nochtans hadden CVP-Jongeren, Jongsocialisten en PVV-jongeren een grote traditie van “sturm und drang” in hun moederpartijen.  Wilfried Martens, Guy Verhofstadt en Luc Vandenbossche schopten keet in hun partij en gaven elk op hun manier kleur aan de jongerenstem in de politiek.

De kritische politieke jongerenorganisaties zorgden voor dynamiek in het politieke leven en dwongen de moederpartijen geregeld tot ideologische herbronning.  Op legendarische partijcongressen vochten jongeren met de gevestigde waarden aan de hand van resoluties en amendementen op het scherp van de snee over de toekomst van regeringen en programma’s.
Veel politiek talent kreeg hier zijn leerschool en was de voedingsbodem voor talentrijke parlementsleden, burgemeesters, ministers en partijvoorzitters.

Politieke partijen waren vroeger gesloten bolwerken waar enkel de jongeren “freedom of speech” hadden.  Met de mediatisering en de opendebatcultuur zijn de politieke jongerenorganisaties als politiek forum weggedeemsterd.  Hun stem wordt nog nauwelijks gehoord.  Politieke partijen slaan bij hun rekrutering van politiek personeel ook vaak de jongerenorganisaties over en gaan rechtstreeks op zoek naar babes en BV’s.  Dit werkt ontmoedigend voor het engagement in politieke jongerenorganisaties waardoor veel potentieel politiek talent verloren gaat.  Ook komen de jonge babes en BV’s zonder enige politieke ervaring in het Parlement waardoor het politiek debat is verschraald.

Onder generatiegenoten debatteren over politiek en de confrontatie aangaan met het partijestablishment is nog steeds de beste leerschool voor een politieke mandataris.  In het Parlement voel ik direct wie in een jongerenbeweging heeft gemiliteerd.  Daarom geef ik vele jongeren de raad zich opnieuw meer te engageren in die politieke jongerenorganisaties. Het moet weer een kweekvijver worden van politiek talent.  Het zorgt ook voor dynamiek in de partij.  Van jongeren wordt aanvaard dat ze het democratisch debat aantrekken.  Ze moeten dan wel het lef hebben standpunten in te nemen en tegen zere tenen te trappen.  Tegenstand overwinnen is de beste politieke leerschool.

Ik heb me de jongste jaren ook vaak geërgerd aan het jeunisme in de politiek waarmee ik doelde op de jonge babes die zonder enig politiek engagement naar de top of een mandaat werden gepiloteerd.  Hun interviews beperkten zich vaak tot het papegaaien van wat de partijvoorzitter had gezegd.  Ik wil terug strijdbare jongeren (angry young man and woman)die niet de ambitie hebben om vóór hun dertigste in het Parlement te zitten maar de stem van hun generatie willen laten doorklinken in het politieke leven.  Mijn mooiste jaren in de politiek waren die als nationaal voorzitter van de CVP-Jongeren.  In de Memoires van Martens blijkt welke belangrijke rol de CVP-Jongeren hebben gespeeld in het Belgische politieke leven in de jaren zestig tot het begin van de jaren negentig.  Hopelijk nemen Jong-CD&V en de andere politieke jongerenorganisaties die draad weer op.  Het partijleven is de jongste jaren erg verschraald.  Eén zwaluw maakt de lente niet maar dat opiniestuk van Jong-CD&V en de reacties erop tonen aan dat er kansen zijn om het politiek debat vanuit jongerenbewegingen opnieuw los te maken.  Ik kijk ernaar uit en dat zeg ik niet alleen als nonkel Eric.