donderdag 21 juli 2005

Doorgaan ook na 21 juli

21 juli 2004 zal voor mij een speciale dag blijven. Na twaalf jaar fractieleiderschap en minister werd ik opnieuw backbencher in het Vlaams Parlement. Herman deed toen zijn oproep “Be free!”. Ik ging erop in en met dit dagboek probeer ik in alle openhartigheid weer te geven wat ik doe en denk in de politiek maar ook daarbuiten.
Deze website mag zich verheugen in een goede belangstelling. We groeien naar de 4000 bezoekers per maand. Ook de media reageren positief. We zullen het dagboek dan ook het volgende politieke jaar verderzetten. Met dezelfde ingesteldheid en gedrevenheid.
Als afsluiter voor dit seizoen nog het verhaal van het weekend van 21 juli 1969.
Na de examens aan de universiteit besloten we met vier vrienden deel te nemen aan “le rallye cycliste de la Lorraine”. Het ging om een aflossingskoers van 24 uur op een omloop in het dorpje Messancy (15 km beneden Aarlen). Start op zaterdag 19 juli om 12 uur en aankomst op zondag 20 juli om 12 uur. Met de examens nog in onze knoken werd het een verschrikkelijke tocht (vooral in de koude ochtenduren). We waren totaal uitgeput maar hielden stand. We legden met onze ploeg 792 toeren af en in totaal 564 km. Hiermee werden we derde na een studentenploeg uit Virton en les Vétérans de Halanzy. Als beloning kregen we (als “étudiants de Louvain”) een beker van de krant l’Avenir du Luxembourg. Deze werd uitgereikt op een podium in een plaatselijke feesttent waar ook een reuzengroot scherm stond met rechtstreekse beelden van de glorieuze intrede van Eddy Merckx in Parijs bij zijn eerste Tourzege. Toen hij van op zijn fiets het publiek in het stadion van Vincennes groette steeg ook in Messancy een gejuich op dat bij mij nog steeds is blijven nazinderen.
Die beker van Messancy blijft voor mij dan ook steeds verbonden met die eerste Touroverwinning en gele trui van Eddy Merckx.
Toen we maandagnamiddag 21 juli terugkeerden naar huis kwamen via de satelliet de beelden binnen van de eerste landing op de maan. De vader van één van mijn vrienden (die bij de BRT werkte) maakte zich bij onze thuiskomst boos omdat we belangstelling vroegen voor ons exploot terwijl er zich op televisie zo’n historische gebeurtenis afspeelde! Maar wat is er belangrijk als je 20 bent? Is het niet wat je nog bijblijft als je 55 bent?
Ten huize Van Rompuy in Woluwe ebde de interesse voor de maanlanding vlug weg toen ik met enthousiasme ons verhaal begon te vertellen. En buiten werd door mijn zus Anita een foto (zie bovenaan) gemaakt van de wielerheld met de beker die een ereplek kreeg op mijn kamer (ik gaf hem later aan mijn goede vriend en Messancy-genoot Freddy Carels maar deze overleed schielijk tijdens zijn legerdienst in 1972).
Op 21 juli 2004 kreeg ik na de zware koers in oppositie geen beker. Maar ik ben blijven doorgaan. En zolang je koerst moet je ambitie hebben, zei Rik Van Looy. En hij kan het weten want hij won op zijn 36 nog een rit in de memorabele Tour van 1969. Eddy Merckx en Rik Van Looy: ze blijven ons inspireren, ook op deze 21 juli 2005.

dinsdag 5 juli 2005

De Tour in Amboise

Vandaag kwam de Tour voorbij in Amboise (25km van Tours), een prachtig dorp aan de oevers van de Loire. Toeval wil dat Amboise het eindpunt was van onze (memorabele) tocht door Frankrijk in 1967 (zie foto’s). Herman zou zeggen: het was nog de tijd dat Generaal De Gaulle heerste over Frankrijk. En ik voeg er aan toe: in afwezigheid van Eddy Merckx was 1967 het laatste jaar dat Roger Pingeon de Ronde (nog) kon winnen.
Herman en ik waren zodanig in de ban van de Tour dat we zelf het grote avontuur wilden wagen. Het werd een schitterende tocht. In totaal 697 km van Woluwe tot Tours in 6 etappes.
De eerste dagen bleek dat we onze tocht hadden onderschat. De tent op onze fiets woog zwaarder dan verwacht en de weersomstandigheden wilden niet mee. De eerste dag (van Woluwe tot Avesnes) een verzengende hitte, de tweede dag (van Avesnes naar Compiègne) een kletsnatte dag. Op de primitieve campings van Noord-Frankrijk was de bodem ofwel te hard om de haken van onze tent in de grond te slaan ofwel was het campingterrein overstroomd. Maar niets kon ons ontmoedigen om ons gestelde doel te halen.
Herman had het soms moeilijker dan ik, maar zwijgzaam beet hij zich vast in mijn wiel. Later is het soms in het (politieke) leven anders geweest.
Eens voorbij Parijs, op de vlakke wegen naar Tours, kwamen we echt op dreef. Onvergetelijk was de tocht naar Chartres. Op 10km van Chartres zagen we de kathedraal in de blakende zon oprijzen boven de korenschoven uit. La France dans toute sa splendeur.
Onze poësisleraar, de jezuïet pater Leo Vandekerckhove, had ons over dit schitterende landschap verteld naar aanleiding van zijn briljante lessen over de grote Franse (katholieke) dichter Charles Peguy. Deze maakte omwille van zijn ziek kind een bedevaart van Parijs naar Chartres en schreef er een prachtig gedicht over (Présentation de la Beauce à Notre Dame de Chartres) waarin hij het had over la France, “l’océan des blés”, en in de horizon de kathedraal van Chartres beschreef.
Van Chartres reden we naar Blois. We lieten Orléans links liggen, nochtans de stad van Jeanne d’Arc (waar Peguy ook over schreef).
Tussen Blois en Amboise stond er een verschrikkelijke wind. Gedurende 20km moesten we vechten om zelfs maar vooruit te komen. De romantiek van Chartres was ver weg. ’s Avonds op de camping van Amboise moesten we onze tent opspannen terwijl het zeil eigenlijk niet liever wou dan weg te vliegen. We dachten hieraan terug toen we enkele weken geleden die tent terugvonden op de zolder in het huis van onze ouders. Ze had die tocht 38 jaar overleefd. De haken lagen er nog steeds gekromd bij.
Amboise en Blois zijn gelegen langs de mythische Loire en hadden allebei een beroemd kasteel. Maar we hadden toen in de stormwind van 1967 het kasteel van Amboise niet opgemerkt. Herman vertelde me dat hij het 25 jaar later heeft bezocht. Het is vanaf de weg onzichtbaar, maar wel idyllisch mooi.
Van Amboise ging het tenslotte naar Tours, waar we de trein namen naar Parijs. In La Gare du Nord kochten we l’Équipe. Roger Pingeon had de Tour gewonnen en de eerste Belg (Jos Huysmans) was achtste. De Belgen wonnen 6 etappes. Een resultaat waar we vandaag enkel kunnen van dromen.
Maar de Tom Boonen van Tours doet vandaag onwillekeurig terugdenken aan de allerbeste Rik Van Looy. En wie weet eindigt Axel Merckx niet binnen de eerste tien? De Loirestreek heeft dezer dagen Vlaanderen opnieuw zijn Tourgevoel aangescherpt.
Onze thuiskomst uit Parijs was zonder gele of groene trui. Maar onze ouders en zussen waren blij dat we behouden terugkeerden van die gevaarlijke Franse wegen.
En voor ons blijft de Tour voor altijd verbonden met “ces châteaux de la Loire”.

zondag 3 juli 2005

Mémoires du Tour de France

Geen enkel sportevenement grijpt zo diep op mijn levenswijze in als de Tour de France. Van zodra de Tour van start gaat, laat hij mij niet meer los. Elke minuut wil ik weten hoe de koers verloopt. Alles in die drie weken van juli is ondergeschikt aan de Ronde van Frankrijk. En ik ben met die gevoelens niet alleen.
Zoals bij vele Vlamingen van mijn generatie gaat de mythe van de Tour terug tot onze jeugd. De Tour was het einde van de examens en het begin van het verlof. Vakantie: dat was de Tour. Ook bij de Van Rompuy’s in Sint-Stevens-Woluwe.
’s Voormiddags deden we met de buurtjongens zelf veel aan sport (atletiek). We hadden in onze wijk zelfs een sportclub opgericht met de welluidende naam Berreveld Sportclub (met Herman – natuurlijk – als president). Maar vanaf de middag hingen we aan de radio en luisterden we (met de kersen in de hand) naar de reportages van Jan Wauters en Luc Varenne en ook van Félix Lévitan (La Route du Tour op Radio Luxembourg). Tour-televisie kwam in de jaren zestig en zeventig maar het laatste uur in de ether. Het maakte de aankomsten (met de onvergetelijke Fred De Bruyne) enkel nog spannender.
De Tours uit die jaren zijn nog steeds op mijn netvlies gegrift. Anquetil, Darrigade, Bahamontes, Rik Van Looy, Jef Planckaert. Daarna Eddy Merckx, Poulidor, Gimondi, Lucien Van Impe, Herman Van Springel. De massaspurten, de bergetappes, de drama’s (de val van Rik Van Looy in 1962, de dood van Tom Simpson in 1967). De triomfen van de Belgische ritwinnaars, de groene truien (nooit was iemand mooier met die trui dan Rik Van Looy), de gele trui van Eddy Merckx in 1969 (30 jaar na Sylvère Maes), de bergprestaties van Lucien Van Impe (de laatste echte grote klimman)
Die emotionele band met de renners van vandaag is haast verdwenen maar bij de start van elke Tour zit diep bij elke Vlaming het heimwee en het verlangen naar een nieuwe Eddy Merckx of Lucien Van Impe. De wielersport en de Tour zijn een deel van ons leven geworden.
In mijn Dagboek zal ik de volgende weken dan ook geregeld aandacht besteden aan de Ronde. Ik zal ook het verhaal vertellen van onze eigen kleine Tour de France in 1967 toen Herman en ik in de laatste week van de Tour zelf met de tent op de fiets naar Frankrijk trokken. Be free sur les routes de France.
Hierbij twee foto’s van de Van Rompuy’s in hun jonge jaren ergens op weg naar Tours. Het regende die dag in juli 1967. Het werd een zware rit en onze fietsen waren zwaarbeladen. Maar we stonden scherp en wilden voor elkaar niet onderdoen. Inzinkingen waren er om overwonnen te worden. Het is vandaag niet anders.