woensdag 14 september 2005

Exit Karel

Ik lees vanochtend in de pers dat Karel Pinxten een topfunctie aangeboden krijgt bij de Europese Rekenkamer en de actieve politiek verlaat. Exit Karel.

Ik heb steeds een speciale relatie gehad met Karel Pinxten. Ik ontmoette hem voor het eerst naar aanleiding van de Europese verkiezingen in 1979. Hij was toen voorzitter van de CVP-Jongeren van Overpelt en had een schitterende meeting georganiseerd met Leo Tindemans en mezelf als gastspreker. Mijn vader (professor in economie aan de KULeuven) had mij Karel reeds getipt als een uitstekende econoom en had hem aangeworven als assistent aan het Centrum voor Economische Studiën te Leuven (gesticht door Gaston Eyskens en zijn heeroom E.H. Prof K. Pinxten, de geestelijke leidsman van mijn vader, Gaston Geens en Karel Tavernier – de eerste medewerkers van het CES).

Ik ging in de zomer van 1981 Karel Pinxten dan ook opzoeken om lid te worden van mijn nationaal bureau van de CVP-Jongeren. Hij aanvaardde en ik had me niet vergist. Samen met Johan Van Hecke (toen ook lid van dat bureau) wist ik dat ik goede opvolgers zou hebben. En dat zij een belangrijke rol zouden spelen in de toekomst van de CVP.

Karel maakte het ook waar in de gemeentepolitiek waar hij in 1983 als lijstduwer onmiddellijk burgemeester werd. Bij de parlementsverkiezingen van 1985 haalde hij enorm veel voorkeurstemmen als eerste opvolger en mijn broer speelde hem dan ook uit bij de Europese verkiezingen van 1989 waar hij met glans werd verkozen als Europees parlementslid. In 1991 deed hij als lijsttrekker van Limburg zijn intrede in de Kamer. Door zijn kordate stijl en grenzeloze ambitie was hij niet geliefd bij het toenmalig Limburgs establishment hetgeen hem heel wat aanvaringen opleverde.

Groot was zijn ontgoocheling toen mijn broer Herman in 1992 Leo Delcroix koos als minister van Defensie. Hij zag in de populaire Leo een bedreiging van zijn carrière als toekomstig Limburgs minister en was er dan ook niet rouwig om toen Delcroix eind 1994 ontslag moest nemen als minister. Zijn CVP-Jongerenvriend en generatiegenoot Johan Van Hecke, toen de nieuwe voorzitter van de CVP, benoemde hem zonder aarzelen (tegen het advies van Jean-Luc Dehaene in) als minister van Defensie. Het werd een blitzcarrière gevolgd door een nieuw ministerschap van Landbouw en KMO in de regering Dehaene II. Hij reed een vlekkeloos parcours dat abrupt een einde kende met de dioxinecrisis. Pinxten heeft zijn gedwongen ontslag steeds kwalijk genomen aan Jean-Luc Dehaene (aan wie hij bijzonder allergisch was en het was wederzijds).

Pinxten was dan ook bijzonder ongelukkig toen de CVP in 1999 in de oppositie terechtkwam en hij uit de machtsstructuren wegviel. Wanneer in de aanloop van het stichtingscongres van CD&V in de zomer van 2001 Stefaan De Clerck Jo Vandeurzen koos als nationaal partijsecretaris, beschouwde Pinxten dit als een afkeuring van zijn status als Limburgs boegbeeld en potentieel Limburgs minister. En toen Johan Van Hecke zijn NCD oprichtte en overstapte naar de VLD ging Pinxten mee omdat hij voor zichzelf in CD&V geen toekomst meer zag. Hij is het prototype van de opportunistische politicus waarbij partijtrouw en ideologie uiteindelijk ondergeschikt zijn aan persoonlijke ambitie. Ik schreef hem in november 2001 een brief waarbij ik hem zei dat hij het laatste verloor wat een politicus moet drijven : zijn eergevoel (to be a man of honour)

Ik had persoonlijk steeds een goede relatie met Karel Pinxten. Vroeger bij de CVP-Jongeren, later als fractieleider en minister. We waren ook generatiegenoten.

Ook behoorden we in 1993 bij de Falstaff-groep (genoemd naar een restaurant bij de beurs waar we op de middag samenkwamen) die ijverde voor de vernieuwing van de CVP. Samen met Johan Van Hecke, John Taylor, Stefaan De Clerck en Marc Van Peel wilden we de CVP een nieuw elan geven in de periode van de stichting van VLD van Verhofstadt en Dewael. Uit deze groep zijn 3 ministers en 3 partijvoorzitters gekomen. De dioxinecrisis en de oppositiejaren hebben we niet overleefd. Van Hecke, Pinxten en Taylor stapten over naar de VLD, Marc Van Peel (Schepen in Antwerpen) en Stefaan De Clerck (Burgemeester in Kortrijk) spelen vandaag als prille vijftigers niet meer mee aan de top van CD&V. Na de generatie Dehaene kwam de generatie Leterme.

De slijtage van het politieke leven deed zijn werk. Politieke carrières worden steeds korter en de zeden van het Wetstraatmilieu worden steeds ruwer. Het mag een les zijn voor de toekomstige generaties. Terwijl Pinxten en Van Hecke de partij de rug toekeerden, hebben Van Peel, De Clerck en ikzelf in de moeilijke oppositiejaren blijven vechten voor de toekomst van de christendemocratie. En met succes. Daar ben ik fier op.

Ook ben ik blij dat politieke overloperij op termijn leidt tot politieke zelfmoord. Ook Reginald Moreels bekent deze week in Humo dat hij na zijn overstap naar de VLD politiek “pierdood” is. De NCD van Van Hecke werd een totaal debacle. Wie over nieuwe politieke cultuur spreekt weet nu ook wat dit betekent. Het postje van Karel Pinxten is de ultieme ontmaskering van de “vernieuwing” van Verhofstadt.

Een politicus mag en moet ambitieus zijn maar trouw aan principes, kiezers en militanten moet de basisethiek blijven van elk politiek handelen. “To be a man of honour” en dat is Pinxten niet geweest. En dat zal een goedbetaalde Europese job nooit kunnen goedmaken.

Toen ik afscheid nam als voorzitter van de CVP-Jongeren in Westende in het voorjaar van 1983 citeerde ik als slot Adriaan Roland Holst Van der Schalk

“Ik vraag geen oogst

Ik heb geen schuren

Ik sta in uwen dienst zonder bezit

Maar ik ben rijk in dit

Dat ik de ploeg van uw woord mocht sturen”

Pinxten en Van Hecke zaten toen als jong CVP-militanten in de zaal. Ik gaf hen alle kansen, begeleidde hen mee naar de top maar ze hebben mijn vertrouwen beschaamd. De fles die we van Willy Buys (toenmalige CVP-woordvoerder) cadeau kregen met het etiket van Falstaff staat nog steeds ongeopend in mijn kelder. Ik zal ze blijven bewaren als aandenken aan zoveel gemiste kansen.

vrijdag 2 september 2005

Gordel

Zondag vieren we 25 jaar Gordel. Wie de eerste familiegordeltjes meereed, kon nooit verwachten dat intussen al 1.540.640 Vlamingen hebben deelgenomen aan dit unieke evenement.
Als volksvertegenwoordiger van de Vlaamse Rand was ik erbij vanaf het begin. In 1983 kon ik er zelfs één van mijn jeugddromen realiseren: fietsen met “keizer” Rik Van Looy (zie foto)!
Telken jare is het een vaste afspraak met mijn broer Herman en de CD&V-vrienden aan het Gordelcentrum in Sint-Genesius-Rode voor de 100 km. Het blijft steeds een unieke belevenis van vriendschap en solidariteit met onze regio.
De Gordel is uitgegroeid tot een volksfeest en een mediagebeuren maar de kern blijft een politieke boodschap: het behoud van het Vlaamse karakter van de Rand en meer specifiek van de Zes. De eerste jaren was Puck Algoet, burgemeester van Sint-Genesius-Rode, het politieke boegbeeld. Ze was de enige overgebleven Vlaamse burgemeester (tot 1988) in de zes faciliteitengemeenten rond Brussel. Ze voerde een resolute en radicale Vlaamse politiek. De Gordel was een verwijzing naar de “Gordel van smaragd” rond Brussel zoals geformuleerd door minister Frans Van Mechelen. Hij verwees hiermee naar Max Havelaars “Multatuli”: “in dit prachtige rijk van Insulinde dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd”. Dit citaat doelde op de groene gordel rond Brussel.
Bij de start van de Gordel in 1981 leefden nog sterk de naweeën als reactie op het Egmontpakt dat voorzag in inschrijvingsrechten voor franstaligen en een uitbreiding van de faciliteiten. Vandaag blijft de boodschap actueel.
Bij de jongste discussies over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde bleek dat een aantal Vlaamse politici bereid waren de lessen van 25 jaar Gordel te negeren en zelfs in te gaan op de onbespreekbaar geachte eisen van de franstaligen. Zo lag de uitbreiding van Brussel en het toekennen van inschrijvingsrechten en bijkomende faciliteiten (op het vlak van onderwijs en cultuur) op de onderhandelingstafel. Wie hield de Gordelaars hier voor de gek?
Zondag nemen Eerste minister Verhofstadt en minister Dewael (wellicht) opnieuw de start van de Gordel in Zaventem maar met welke geloofwaardigheid? Ik ben ervan overtuigd dat de Gordelaars deze hypocriete houding niet nemen. Verhofstadt en Dewael blijven er dan ook best weg.
Wie ook best niet teveel verklaringen aflegt, is minister Bert Anciaux. Zijn voorstel om de Gordel dwars door Brussel te trekken, wijst op een totaal onbegrip van het Gordelgebeuren. De Gordel heeft juist als enige bedoeling een dam te werpen tegen de verbrusseling van de Vlaamse Rand. De fietsroutes zijn precies uitgestippeld rondom Brussel om dit te bevestigen. Wanneer deze manifestatie zelf zou verbrusselen, verliest ze haar betekenis. De stichters van de Gordel (o.m. André Lerminiaux) hebben de “flodder” van Anciaux dan ook reeds afgewezen. Meer dan ooit moet de Gordel zich concentreren op het Vlaamse karakter van de Rand en meer bepaald van de Zes.
Zoals het succes van de katholieke Wereldjongerendagen volgens sommige media niets met het geloof of de paus te maken heeft maar eerder met het samen-leven en de hype om erbij te zijn, probeert men de Gordel ook te ontdoen van zijn politieke inslag en te herleiden tot een sportief familiegebeuren. Het succes heeft daar natuurlijk mee te maken maar wie de Gordel al die jaren heeft meegemaakt, weet dat de deelnemers ook zeer goed op de hoogte zijn van wat aan de basis ligt van het Gordelgebeuren. Men onderschat best de Vlaamse reflex niet.
De Vlaamse politiek moet beseffen (ondanks alle zgn. opiniepeilingen) dat de woordbreuk inzake BHV haar geloofwaardigheid, ook in andere dossiers, zwaar heeft aangetast. Nieuwe beloftes (zoals op de IJzerbedevaart) gelooft niemand nog. Ik reed vorig jaar De Gordel met het zwart-gele truitje “Splits Brussel-Halle-Vilvoorde nu!!”. Ik heb het bewaard maar of ik het zondag nog zal dragen, weet ik niet. Ik heb er nochtans mijn best voor gedaan, maar in de politiek en in de ogen van de politieke opinie is dit onvoldoende. Beloftes maken schuld. Dat is het abc van de politiek. En de Gordel verliest op termijn zijn betekenis zonder de splitsing van BHV. De inzet van 25 jaar Gordel staat op het spel. Want op een gebroken woord kan men geen 100.000 gordelaars blijven sensibiliseren. Want dan wordt het een feest van de onmacht. En daar zijn Vlaamse manifestaties als het Zangfeest en de IJzerbedevaart aan ten onder gegaan. De kracht van de Gordel moet zijn positieve boodschap blijven. Daarom zullen we er zondag opnieuw bij zijn.

PS. Rendez-vous om 08u00 aan de kerk in Sint-Genesius-Rode. Start rond 08u30. Aankomst van 100 km voorzien rondom 14u00. Herman en Eric Van Rompuy, burgemeester Michel Doomst en minister Kris Peeters zijn van de partij.

vrijdag 26 augustus 2005

IJzerbedevaart

Toen ik in 1983 als CVP-Jongerenvoorzitter naar de IJzerbedevaart ging, was dat nieuws. Jos Bouveroux, de toenmalige verslaggever van de BRT-radio, vermeldde het uitdrukkelijk in zijn bericht over de Bedevaart. De CVP was in de jaren ’60 en ’70 (de gloriejaren van de Volksunie) geleidelijk aan weggebleven van de IJzervlakte en was er omwille van haar “makke” Vlaamse houding ook niet langer gewenst.

Dat veranderde met het Egmontpakt (1977-1978). Het leidde tot aanvaringen tussen het IJzerbedevaartcomité en de toenmalige Volksunie van Hugo Schiltz. Ook op de weide in Diksmuide kwam die verdeeldheid scherp tot uiting. Het was uiteindelijk de CVP van Tindemans die het Egmontpakt kelderde. Hierdoor ontstond er bij sommige nationalisten veel sympathie voor de Vlaamse vleugel binnen de CVP.

In deze context nodigde Karel De Meulemeester van VTB-VAB mij uit om als CVP’er deel te nemen aan de IJzerbedevaart van 1983. Ik herinner mij nog dat de toenmalige voorzitter van het Davidsfonds Clem De Ridder en priester-dichter Anton van Wilderode bijzonder blij waren met mijn komst. Ik zag er een middel in om het Vlaamse imago van de CVP te versterken en de Vlaamse standpunten binnen de CVP te radicaliseren. Het leverde me electoraal geen windeieren op want in 1984 haalde ik bij de Europese verkiezingen meer dan 80.000 voorkeurstemmen. Achteraf vertrouwde Gerolf Annemans (toen redacteur van ‘t Pallieterke) mij toe dat heel wat van zijn Vlaams-nationalistische vrienden voor mij hadden gestemd (hij insinueerde dit ook zelf te hebben gedaan).

Na 1983 zijn heel wat CVP-parlementsleden en ministers (Vandenbrande, Coens, Kelchtermans) naar Diksmuide afgezakt. In 1985 (zie foto) waren zelfs Herman Van Rompuy en Johan Van Hecke (twee latere CVP-voorzitters) aanwezig.

De radicaal Vlaamse toespraken van de voorzitters (Lionel Vandenberghe in 1992: “Laten we scheiden”) kwamen soms hard aan voor de toenmalige CVP-machthebbers maar waren niet ingegeven door partijpolitieke motieven.

Met de komst van het Vlaams Blok is de sfeer op de weide helemaal veranderd. Het Blok wou van de IJzerbedevaart een manifestatie maken tegen de traditionele Vlaamse partijen en een instrument om het eigen separatistische gelijk te bevestigen. Het hatelijke gefluit en geroep “België barst” op de weide tijdens de toespraken van Lionel Vandenberghe was dodelijk voor de sfeer op de IJzervlakte. Met deze houding heeft het Vlaams Belang de IJzerbedevaart een fatale slag toegebracht en velen hebben dan ook afgehaakt.

Ikzelf ben er tot 2002 nog vaak aanwezig geweest maar steeds meer met gemengde gevoelens. Ik deed het nog uit respect voor Lionel Vandenberghe die moedig en consequent weerstand bood aan de chantage van het Vlaams Blok.

Wel viel op dan Vandenberghe met de komst van paars in 1999 op Vlaams vlak bijzonder mild was voor de nieuwe regeringen. Dat hij in 2003 totaal onverwacht vanuit zijn voorzitterschap van het IJzerbedevaartcomité deelnam aan de verkiezingen en overstapte naar een mandaat van senator voor sp.a-spirit heeft de geloofwaardigheid van het (reeds wankele) IJzerbedevaartcomité totaal ondermijnd. Ook Vandenberghe heeft recht op een politiek engagement en ik respecteer zijn keuze maar hoe geloofwaardig waren zijn Vlaamse en vredestoespraken als hij in 2003 instemde met de regionalisering van de wapenhandel en een federaal regeerakkoord goedkeurde waar op geen enkele punt uitvoering werd gegeven aan de 5 resoluties van het Vlaams Parlement van 1999.

Samen met Luc Vandenbrande en Yves Leterme besloten we dan ook in augustus 2003 niet deel te nemen aan de IJzerbedevaart.

De opvolger van Vandenberghe, Walter Baeten, lukt er niet in de Vlaamse geloofwaardigheid te herstellen. Hij slaagde er tijdens de BHV-crisis zelfs in te pleiten voor inschrijvingsrechten voor franstaligen in de Vlaamse Rand!

De partijpolitiek (en in de eerste plaats het Vlaams Belang) heeft de IJzerbedevaart kapot gemaakt. De IJzerwake, één week voor de Bedevaart, maakt van de weide eerder een plaats van haat dan van vrede.

Om zondag als alibi te dienen voor de Vlaamsgezindheid van spirit bedank ik. Bert Anciaux mag me dat (weer) niet kwalijk nemen maar wat is er van de Vlaamse eisen (resoluties van het Vlaams Parlement, splitsing BHV) terechtgekomen? Geert Lambert en Stijn Bex zeggen het dezer dagen duidelijk: de Vlaamse eisen zijn voor hen als links-liberale partij geen gevecht meer waard.

Ook voor CD&V-N-VA nadert het uur van de waarheid. In 2007 zal er een institutionele doorbraak moeten komen als voorwaarde voor een (eventuele) federale regeringsdeelname. De huidige Pilatushouding zoals met BHV en de staatshervorming zal dan niet langer geloofwaardig zijn. CD&V heeft het confederalisme in haar programma opgenomen en zal dit moeten waarmaken, zoniet verliest de V in haar naam elke betekenis. Voor dit engagement heb ik de “eed van trouw” van Diksmuide niet meer nodig.

Ik zal er dan ook zondag niet bij zijn. Ik was er wel in augustus toen we fietsten van De Panne naar Diksmuide. Op de weide heb ik aan mijn dochter Heidi gesproken over Flanders Fields en uitgelegd wat er met de frontsoldaten is gebeurd en waarvoor de IJzertoren is opgericht. Ik heb haar niet verteld over wat er de jongste tien jaar in Diksmuide is gebeurd. Hopelijk zal ze de positieve boodschap van “Nooit meer oorlog” en Godsvrede” onthouden want dat blijft de kern van de IJzertoren. En laten we de politieke strijd voor meer Vlaams zelfbestuur voeren op de enige plaats waar hij thuishoort, nl. in de (democratische) parlementen. De IJzervlakte is nu genoeg onteerd!

donderdag 25 augustus 2005

Memorial Van Damme

Dit was mijn eerste foto in de krant. Zij dateert van 20 september 1972 toen ik als student (met bril) in Brussel op de Heyzelpiste juichend (links) achter Miel Puttemans liep die pas zijn wereldrecord had gevestigd op de 5.000 meter (13’13’’). Het was een schitterende atletiekavond op de Heyzel want naast Miel Puttemans liepen ook Gaston Roelants (20 km en het uurrecord) en Willy Polleunis (10 miles) wereldrecords. Alle aanwezigen zijn deze atletieknocturne nooit vergeten.
Het is op dit elan dat na de dood van Ivo Van Damme op 16 augustus 1977 opnieuw een grote atletiekmeeting in Brussel op de Heyzel werd georganiseerd. Sindsdien is de Memorial uitgegroeid tot één van de grootste atletiekevenementen van het jaar. Sebastian Coe, Carl Lewis, Marleen Ottey, Michael Johnson, Sergeï Bubka: allen vinden de Memorial zelfs de beste en meest sfeervolle meeting.
Zelf heb ik er bijna geen enkele gemist. Ik was met mijn vader, broer en zusters op de eerste Memorial toen vader Van Damme Olympisch kampioen John Walker omhelsde (die Ivo had geklopt op de 1500 meter) en een jaar later toen Alberto Juantorena hetzelfde gebaar stelde. De historische duels tussen Dwight Stones en Jacek Wszola in het hoogspringen, het cadansapplaus voor Willie Banks in het hinkstapspringen, de sprongen van Sergeï Bubka en Carl Lewis, de onvergetelijke looptred van Michael Johnson, Edwin Mozes en Marleen Ottey. Ze blijven op uw netvlies.
Ook vergeet ik nooit de vreugde van organisator Wilfried Meert en Gaston Roelants toen in die magische nacht van 1997 twee wereldrecords (op 5.000 en 10.000 meter) werden gebroken door Paul Tergat en Daniël Komen. De spankracht van een Memorialavond is elk jaar opnieuw een belevenis. Ook Viviane en Heidi willen dit niet missen.
In tegenstelling met 1972 komen de Belgen nog nauwelijks in het stuk voor maar deze evolutie was onvermijdelijk door de mondialisering en professionalisering van de atletiek sinds de jaren tachtig. Ik geloof niet in de maakbaarheid van topatleten door een topsportbeleid. Dit is nodig maar topsporters zullen steeds een mix zijn van tradities, uitzonderlijk talent, karakter en goede begeleiding door toptrainers zoals Prof. Mon Vanden Eynde dat was voor het Daring Leuven van Roelants, Puttemans en Van Damme. Politici (en Bert Anciaux moet zich weer niet geviseerd voelen) moeten geen verwachtingen creëren dat België in 2012 met meerdere atleten zal deelnemen aan atletiekfinales op de Spelen. Als we opnieuw op een Kim Gevaert kunnen rekenen, mogen we al heel blij zijn.
Toch zal ik met heimwee terugdenken aan die gouden zomer 1972 voor de Belgische sport. Eddy Merckx won toen de Ronde van Frankrijk, Miel Puttemans en Karel Lismont wonnen zilver op de Olympische spelen, België werd (o.l.v. Raymond Goethals) derde op het Europese voetbalkampioenschap (ook op de Heyzel), Miel Puttemans liep een wereldrecord en in oktober vestigde Eddy Merckx het werelduurrecord.
Van een sportbeleid was in 1972 geen sprake. Gaston Eyskens was Eerste minister maar ik heb hem nooit zien poseren met Merckx, Van Himst of Roelants. Van de toenmalige minister van Cultuur en Sport Frans Van Mechelen is mij alleen het petje bijgebleven dat hij droeg toen Herman Van Springel een grote Tourprestatie had geleverd. Lomme Driessens, Raymond Goethals en Mon Vanden Eynde: ze hadden geen boodschap aan kabinetsnota’s over topsportbeleid maar waren monumenten in hun sport.
Zo ook Wilfried Meert. Zonder hem was de Memorial nooit uitgegroeid tot wat hij vandaag is. Meert is bezeten door atletiek en vrijdag zullen we weer kunnen genieten van zijn uitzonderlijke evenement. We hopen dat Bekele in het Koning Boudewijnstadium opnieuw doet wat Puttemans deed in 1972: een wereldrecord vestigen. Wat zou ik graag opnieuw op de piste meelopen en juichen!!

 

donderdag 21 juli 2005

Doorgaan ook na 21 juli

21 juli 2004 zal voor mij een speciale dag blijven. Na twaalf jaar fractieleiderschap en minister werd ik opnieuw backbencher in het Vlaams Parlement. Herman deed toen zijn oproep “Be free!”. Ik ging erop in en met dit dagboek probeer ik in alle openhartigheid weer te geven wat ik doe en denk in de politiek maar ook daarbuiten.
Deze website mag zich verheugen in een goede belangstelling. We groeien naar de 4000 bezoekers per maand. Ook de media reageren positief. We zullen het dagboek dan ook het volgende politieke jaar verderzetten. Met dezelfde ingesteldheid en gedrevenheid.
Als afsluiter voor dit seizoen nog het verhaal van het weekend van 21 juli 1969.
Na de examens aan de universiteit besloten we met vier vrienden deel te nemen aan “le rallye cycliste de la Lorraine”. Het ging om een aflossingskoers van 24 uur op een omloop in het dorpje Messancy (15 km beneden Aarlen). Start op zaterdag 19 juli om 12 uur en aankomst op zondag 20 juli om 12 uur. Met de examens nog in onze knoken werd het een verschrikkelijke tocht (vooral in de koude ochtenduren). We waren totaal uitgeput maar hielden stand. We legden met onze ploeg 792 toeren af en in totaal 564 km. Hiermee werden we derde na een studentenploeg uit Virton en les Vétérans de Halanzy. Als beloning kregen we (als “étudiants de Louvain”) een beker van de krant l’Avenir du Luxembourg. Deze werd uitgereikt op een podium in een plaatselijke feesttent waar ook een reuzengroot scherm stond met rechtstreekse beelden van de glorieuze intrede van Eddy Merckx in Parijs bij zijn eerste Tourzege. Toen hij van op zijn fiets het publiek in het stadion van Vincennes groette steeg ook in Messancy een gejuich op dat bij mij nog steeds is blijven nazinderen.
Die beker van Messancy blijft voor mij dan ook steeds verbonden met die eerste Touroverwinning en gele trui van Eddy Merckx.
Toen we maandagnamiddag 21 juli terugkeerden naar huis kwamen via de satelliet de beelden binnen van de eerste landing op de maan. De vader van één van mijn vrienden (die bij de BRT werkte) maakte zich bij onze thuiskomst boos omdat we belangstelling vroegen voor ons exploot terwijl er zich op televisie zo’n historische gebeurtenis afspeelde! Maar wat is er belangrijk als je 20 bent? Is het niet wat je nog bijblijft als je 55 bent?
Ten huize Van Rompuy in Woluwe ebde de interesse voor de maanlanding vlug weg toen ik met enthousiasme ons verhaal begon te vertellen. En buiten werd door mijn zus Anita een foto (zie bovenaan) gemaakt van de wielerheld met de beker die een ereplek kreeg op mijn kamer (ik gaf hem later aan mijn goede vriend en Messancy-genoot Freddy Carels maar deze overleed schielijk tijdens zijn legerdienst in 1972).
Op 21 juli 2004 kreeg ik na de zware koers in oppositie geen beker. Maar ik ben blijven doorgaan. En zolang je koerst moet je ambitie hebben, zei Rik Van Looy. En hij kan het weten want hij won op zijn 36 nog een rit in de memorabele Tour van 1969. Eddy Merckx en Rik Van Looy: ze blijven ons inspireren, ook op deze 21 juli 2005.